Een kunstenaar met papiervrees

Hoewel Levi van Veluw nog maar 28 jaar is, komt hij nu al met een soort oeuvrecatalogus. Terecht voor wie de snelle ontwikkeling van deze kunstenaar ziet. Via bizarre zelfportretten overwon hij in hoog tempo zijn papiervrees.

Serie ‘Origin of the Beginning’, 2011

Beeldend kunstenaar Levi van Veluw is een controlfreak en een tomeloze perfectionist. Hij is 28 jaar en presenteert nu al een overzicht van zijn werk. De titel, Origin of the Beginning, verwijst zowel naar Darwin als naar de evolutie die hijzelf heeft doorgemaakt. En met dat laatste is niets teveel gezegd. Zijn werk is in een handvol jaren uitgedijd van het nabije zelfportret naar verre constellaties. In dit boek is dat in omgekeerde volgorde te volgen: van zijn recente, ruimtelijke houtskooltekeningen terug naar het nabije hoofd uit zijn studiefase.

Je zou het niet denken, maar op de academie had Van Veluw angst voor het smetteloze papier: Wat wil ik tekenen? Waar begin ik? En hoe doe ik dat? Vandaar dat hij zijn hoofd en gezicht nam als experimentele ondergrond. Hij dekte het toe met krijtbanen, ballpointpatronen, tapijtweefsel, kiezelsteentjes, en legde dat versierde gezicht steeds fotografisch vast.

Wat een gedoe, zult u zeggen, al dat krijten en plakken. Maar Van Veluw ging door en transformeerde zijn hoofd tot een landschap, met het mos en het bos uit zo’n modeltreintjeswinkel. Sterker nog, op zijn kruin liet hij een elektrisch treintje rijden, met lichtjes. Hij kreeg er de ‘Photographer of the Year Award’ van de International Photo Awards, USA, voor. En vooral dat laatste, ingewikkelde experiment, zo vertelt hij Gijsbert van der Wal uitgebreid in het boek, gaf hem vleugels: ‘Nu kan ik alles maken’.

Het was inmiddels 2011 en hij was blijkbaar nog steeds niet aan tekenen toe. Vandaar dat in een volgende fase het hoofd werd uitgebreid met een lijf en een entourage. Eerst verpakte Van Veluw zichzelf, van top tot teen, in kleine, vierkante houten blokjes, aangebracht op een stretch outfit, zodat hij kon blijven bewegen. En toen haalde hij die truc uit met een hok van vier bij twee meter. Wanden en vloer werden ritmisch volledig toegedekt met duizenden driedimensionale, grotere houten kubussen. Eén ding is zeker, zo’n handmade installatie is niet eerder vertoond.

Van het één kwam opnieuw het ander. Van Veluw had zich tot dan toe beperkt tot zichzelf, ook om op zijn atelier alleen te kunnen zijn. Geen modellen, geen assistenten. In die kubusinstallatie waande hij zich weer in zijn jeugd, in zijn stille kinderkamer, in het chaotische huishouden waarin hij opgroeide, maar met dat verschil dat hij nu meester was over de chaos.

Waarom dat uiteengevallen gezin van weleer niet eens een keer bijeenroepen, vroeg Van Veluw zich af. En ja hoor, daar zitten ze met z’n vijven aan een lange tafel, allemaal gestoken in die houten blokjes-pakken. Een verstard, sprakeloos gezelschap, summier bewegend op video en foto, vervreemd van elkaar, letterlijk en figuurlijk niet bij machte om zichzelf te laten zien of nader tot elkaar te komen.

Dat heidense zaagwerk van die kubussen, dat ingenieus in hout verpakken van zichzelf en zijn familie – het mag dan teruggrijpen op zijn jeugd, het lijkt toch ook op een omslachtige aanloop om datgene te leren overwinnen wat hem op de academie dwars zat: papiervrees.

En dat is gelukt: dit jaar heeft Van Veluw alleen maar getekend, manisch bijna: nachtmerrie-achtige scènes in houtskool, uitgedijd tot twee meter breed. Ze staan over twee pagina’s stuk voor stuk in het boek afgebeeld. Jaren van heimelijke oefeningen lijken er aan vooraf te zijn gegaan. De kubussen van weleer suizen nu met honderden vanaf het platte vlak het schaars verlichte heelal in. Kasten vol identieke versies van de icosahedron (20-kantige vorm) donderen om, alsof er ooit een windhoos door het kunstenaarsatelier raasde. De meubels van Van Veluws kinderkamer-installaties spatten in onafzienbare ruimtes uiteen tot wrakhout. Ook de honderden houten bollen – uit weer een andere installatie – stuiteren en masse de stratosfeer binnen. Wat in drie dimensies aan het papier voorafging moet in houtskool aan vernietiging geloven. Van Veluw geeft zijn nieuwe visitekaartje af: Alles is mogelijk voor wie kan tekenen!

Nog even een enkel detail uit dit eigenzinnige kunstenaarsboek: Door een weggesneden vierkant, aangebracht op steeds dezelfde plek in alle pagina’s, dringt zich consequent het houten kubusje op dat aan de binnenkant van de achterflap is bevestigd. Dat móest, want het vierkant is ‘een symbool van perfectie’, aldus Van Veluw. Een opvatting, die niemand meer zal verbazen. Deze radicale conceptualist heeft trouwens ook nog honderd exemplaren van het boek laten vervaardigen waarin dat kubusje dankzij een mechaniekje kan ronddraaien. What’s next?

Expositie: The Collapse of Cohesion. T/m 5/10. Galerie Ron Mandos, Prinsengracht 282, Amsterdam. info@ronmandos.nl