Een dorp dat nooit beschreven was

Journalist Auke Zeldenrust mocht een jaar lang de penitentiaire inrichting in Leeuwarden vrij in- en uitlopen. Hij sprak er met onhandige kruimeldieven en gewetenloze moordenaars. „Als je vrouw je bedondert maak je haar toch van kant?”

De stilte rond een gevangenis fascineerde hem. Een raadselachtige geluidloosheid, noemt de Friese journalist Auke Zeldenrust (48) het. Hij schreef een boek over de Leeuwarder gevangenis, dat deze maand uitkwam. De rechtbankverslaggever van Omrop Fryslân: „Een jaar of vier geleden sprak ik met de gevangenisdirecteur en hij zei: het is hier een dorp dat nooit beschreven wordt.” Hij besloot het zelf te doen.

De Penitentiaire Inrichting Leeuwarden, in de volksmond de Marwei, bestaat bovendien 25 jaar. Een mooie aanleiding om het bajesdorp van binnenuit te beschrijven. Niet eerder had een journalist toegang tot alle afdelingen in de Marwei en kon hij vrij spreken met gedetineerden.

Zeldenrust: „Ik moest wel een handtekening zetten dat ik geen informatie mocht gebruiken die de staatsveiligheid in gevaar kon brengen. Zo mocht ik niet het aantal beveiligers melden dat ’s nachts aanwezig is. En ik heb twee gedetineerden geanonimiseerd. Ook mocht ik alleen voornamen gebruiken.” Verder was hij vrij. „Met een pasje kon ik in- en uitlopen. Ik begon op 4 januari 2012 en wilde een heel jaar meemaken.”

Onveilig heeft Zeldenrust zich niet gevoeld. „Wel was ik alert. Net als elke bewaarder had ik een pieper met een rode knop. In geval van gevaar kon je die indrukken. Die heb ik nooit hoeven gebruiken.”

Auke Zeldenrust sprak met beroepscriminelen, vluchtgevaarlijken, first offenders en de oudste bajesklant, een 84-jarige zedendelinquent. Hij zit vast voor misbruik van minderjarige jongens. Pestend roepen de anderen wel eens „kinderen een kwartje” naar hem. Deze Leen vierde zijn 84ste verjaardag in de cel. Hij is twee keer in de fout gegaan. Tot zijn zeventigste taalde hij niet naar jongens, zegt hij.

Een van de notoire criminelen is drugsdealer Hans. Na drieënhalf jaar celstraf vertelt hij doodleuk dat hij, als hij vrijkomt, weer begint met dealen. „De eerste afspraakjes heb ik al in mijn agenda staan.” Zeldenrust: „Beroepscriminelen zien detentie als bedrijfsrisico. Ze zijn dan even niet in bedrijf, maar gaan daarna gewoon weer door.”

Curieus is ook het verhaal van Juan (74) die een levenslange celstraf uitzit. In 1997 werd hij veroordeeld omdat hij zijn ex-vrouw door het hoofd had geschoten. Iets wat de Catalaan ontkent. Hij leest kranten, kijkt naar de Spaanse tv en kookt elke dag. Zijn grootste wens is vrouwelijk gezelschap. Maar prostituees zijn niet toegestaan in de gevangenis. Alleen gedetineerden met een duurzame relatie mogen eens in de maand maximaal twee uur met hun vrouw de ‘wipkamer’ in.

Gedetineerden wilden hun verhaal graag kwijt. Zeldenrust: „Ze zijn blij dat iemand interesse heeft en ze waren erg open.” Overigens probeerde bijna elke gevangene hem voor zijn karretje te spannen. „Ze vroegen me bijna allemaal of ik niet iets voor ze kon doen. ‘Ik zit hier onschuldig’ of ‘mijn advocaat doet te weinig’. Dat heb ik direct afgekapt. „Ik zit hier alleen om jullie verhaal te horen.”

Het verbaasde Zeldenrust hoeveel „goede gesprekken” met „sympathieke mensen” hij in de bajes heeft gevoerd. „Op de grootste vleugel, waar 72 criminelen vastzitten, stond ik vaak over de reling gebogen met gedetineerden te praten. Dan hoorde je later dat een van die aardige mensen een Marokkaan door het hoofd had geschoten.” Met een Turkse, „zachtaardige man” had hij ook een leuk gesprek. „Hij had een agopornis – een dwergpapegaai – bij zich waar hij heel lief voor was. Eerst wilde hij niet zeggen waarom hij zat. Bleek dat hij zijn vrouw had gedood. Ik dacht nog: was maar zo lief voor je vrouw geweest.”

Zeldenrust is er duidelijk over: de daden van de gedetineerden keurt hij af. „Die zijn gruwelijk. Maar ze zijn nooit opgehouden mens te zijn. Ik ben ook niet anders naar ze gaan kijken en dat vind ik wel fijn.” Wel hebben de meeste gedetineerden een totaal ander referentiekader dan hij, vertelt hij. „Zo was er een man die vastzat voor poging tot doodslag op zijn vrouw. ‘Als je vrouw je bedondert maak je haar toch van kant?’, dat vond hij heel gewoon. ”

Het fascinerende van het dorp achter de tralies is dat er vrijwel geen vriendschappen worden gesloten. „Gedetineerden zijn erg egoïstisch. Iedereen denkt eerst aan zichzelf. En dat is ook wel begrijpelijk. Je moet op jezelf passen. Vriendschappen ontstaan in een sociale omgeving en dat is een bajes niet”, verduidelijkt hij. „Een gevangenis is een niet-natuurlijke omgeving. Er wonen alleen maar mannen en de ene helft heeft de macht over de andere. De celdeuren gaan elke dag om vijf uur dicht en de volgende dag om half acht open.”

Zeldenrust liet zich zelf ook een dag opsluiten. „Dan raak je de regie volledig kwijt. Zo laat eten, zo laat sporten. Je hebt recht op een uur luchten per dag. Op een vast tijdstip. Je kunt niet zeggen: mag ik straks even? Een uur naar de bibliotheek is echt een uur. Ik had mijn krant nog niet uit, maar moest toch weg. Je bent overgeleverd aan een ander. Dat merkte ik goed toen de celdeur niet om half acht, wat normaal is, openging, maar pas om twintig voor acht. Ik dacht: kom op, open die deur!”

Voor een enkeling is detentie nuttig, denkt Zeldenrust. „Voor first offenders bijvoorbeeld. Die ervaren de gevangenis als een hel. Anderen krijgen structuur en bloeien op. Ik heb alle 240 gevangenen een enquêteformulier gegeven. Van 130 kreeg ik dat terug. Het merendeel zei dat ze slechter werden van detentie. Een enkeling vond dat hij het goed had, vaak mannen die in het buitenland hadden vastgezeten. Opsluiten is het beste van het kwade. Maar bijna niemand wordt er beter van.”