Column

De zwakke plek van Wilders

Volgens de website van de NOS begonnen de Algemene Politieke Beschouwingen woensdag met ‘verbaal vuurwerk’ van de kant van Geert Wilders. Hij was als fractieleider van de grootste oppositiepartij de eerste spreker. Hij werd geïnterrumpeerd door Alexander Pechtold van D66, die refereerde aan de protestbijeenkomst die de partij van Wilders afgelopen zaterdag had georganiseerd op de Haagse Koekamp en waar allerhande extreemrechtse en neonazistische sujetten op af waren gekomen. Tijdens de speech van Wilders was de Hiltlergroet gebracht. Pechtold vroeg Wilders of hij zich daarvan wilde distantiëren.

Wilders reageerde als door een wesp gestoken. Volgens hem was Pechtold „te klein, te miezerig, om ook maar een minuut serieus te nemen”. Hij zei dat hij „echt niet” van plan was om te reageren „op de ultieme miezerigheid”, want Pechtold was, zo zei Wilders nog maar een keer, „zielig, miezerig en hypocriet”. Volgens het verslag van deze aanvaring in deze krant van gisteren was dit een moment waarop Wilders „echt op dreef” was.

Het fragment spookt al twee dagen door mijn hoofd. Zijn we werkelijk getuige geweest van verbaal vuurwerk van een groot debater die bijzonder goed op dreef was? Ik kom eigenlijk steeds meer tot een tegenovergestelde conclusie. Hoe makkelijk zou het geweest zijn voor Wilders om kalm te verklaren dat hij ook niet blij was met die ongenode gasten maar dat het nu eenmaal een openbare gelegenheid betrof. Dat zou veel sterker zijn overgekomen. Dan had er voor Pechtold niets anders op gezeten dan af te druipen. Maar in plaats daarvan begon hij te schreeuwen en te schelden alsof hij zojuist op heterdaad was betrapt en zo gauw geen andere uitweg kon vinden dan de frontale aanval. Er sprak vooral machteloosheid uit Wilders’ reactie en de indruk die bleef hangen was dat hij was overvallen door pure paniek. Niet echt sterk. Die extreemrechtse vriendjes vormen kennelijk een zwakke plek.

En daarbij waren de scheldwoorden ook nog eens slecht gekozen. Pechtold had gewoon een vraag gesteld waar niets kleins of miezerigs aan was. En de kwalificatie ‘hypocriet’ was al helemaal uit de lucht gegrepen.

De algemene opvatting, zelfs onder diens felste tegenstanders, is dat Wilders zo’n goede debater is. Maar dat is een mythe. Hij is een ordinaire drammer en hij bedient zich van goedkope trucs. „U geeft miljarden aan de Grieken terwijl onze eigen ouderen 24 uur in een luier moeten zitten.” Rutte had er gisteren geen enkele moeite mee om die drogredenering te ontmaskeren. En Wilders had daar op zijn beurt geen enkel ander weerwoord op dan zijn drogredenering in vrijwel identieke bewoordingen te herhalen. En net zoals bij Pechtold verviel hij uiteindelijk in dom gescheld, dat ook nog eens mislukte: „U zou een spiegel moeten kopen, u om moeten draaien en er nooit meer in moeten kijken.” Pardon?