De opwarming van de aarde gaat door, alleen nu even niet

De opwarming blijft, ondanks de door IPCC geconstateerde pauze, vindt Wilco Hazeleger.

Het IPCC-rapport van deze week heeft een verrassing: de atmosfeer is de afgelopen vijftien jaar nauwelijks opgewarmd. Toch blijft overeind dat de mens een belangrijk aandeel heeft in mondiale opwarming. De temperatuur is ruim een halve graad gestegen sinds het begin van de industrialisatie. Afhankelijk van de CO2-concentratie kan daar deze eeuw nog 0,3 tot 4,8 graden Celsius bij komen en de zeespiegel stijgt tussen de 26 en 81 cm.

Onder mijn collega’s is al jaren discussie over de stagnerende opwarming. Toch verbazen de conclusies van het IPCC mij niet. De opwarming gaat met horten en stoten, want het klimaat kent zijneigen grilligheid. Het broeikaseffect werd ook getemperd door een minder actieve zon en stofdeeltjes in de atmosfeer afkomstig van vulkanen en industrie.

De warmte zit in de diepzee, blijkt uit metingen. De zeespiegel bleef stijgen. De oceanen slaan 90 procent op van de opwarming door meer broeikasgassen. Smelten en afkalven van ijs in het Noordpoolgebied, op Groenland en Antarctica zijn doorgegaan. Het klimaatsysteem als geheel warmt op, al maakt de atmosfeer pas op de plaats. Zowel natuurlijke effecten als de mens spelen een rol. Maar de stijgende CO2-concentratie leidt tot langdurige opwarming, verandering van neerslagpatronen, zeespiegelstijging en smelten van ijs.

Nu IPCC nog stelliger is over de rol van de mens in het klimaat rijst de vraag hoe verder te gaan. Er is gelukkig weinig mis met bestaande klimaatkennis, maar er is nog veel te onderzoeken. Er wordt veel beleid gemaakt op basis van kennis omgeven door grote onzekerheden. Het is dus van belang ons inzicht in het klimaatsysteem te vergroten. Dat lijkt een open deur, maar de kwetsbaarheid van de maatschappij voor weer en klimaat is groot. Voor Nederland is dat vooral duidelijk bij wateroverlast.

Het klimaat verandert niet op stel en sprong. Door beleidskeuzes aan te passen aan klimaatveranderingen en aan voortschrijdend inzicht kan daarmee rekening worden gehouden. Het Deltaprogramma over waterveiligheid is een goed voorbeeld.

IPCC biedt houvast aan beleid, bijvoorbeeld aan de Klimaatroadmap van staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA). Hierin staan strategische keuzes over het terugdringen van broeikasgassen en aanpassen aan klimaatverandering.

Wilco Hazeleger is hoofd mondiaal klimaat KNMI en hoogleraar klimaatdynamica Wageningen Universiteit.