De lat moet hoger

Nederlanders kijken met scheve ogen naar Duitsland, waar de economie om allerlei redenen rooskleuriger lijkt dan bij ons. Eén van die redenen is het vermeende Duitse leiderschap in innovatie, met gunstige gevolgen voor hun economie.

Is gebrekkig innovatief vermogen werkelijk wat er bij ons aan de hand is? De vele mondiaal leidende Nederlandse bedrijven danken hun positie vaak juist overwegend aan innovatieve kracht. Door ASML’s innovaties voor halfgeleiderfabricage heeft u een steeds kleinere smartphone op zak. En door Shells innovaties worden technisch alsmaar lastigere omgevingen blootgelegd voor exploratie van energiebronnen.

In het kielzog van grote spelers bevindt zich bovendien een inspirerende stroom van beginnende bedrijven en kleine ondernemingen. Het biobased alternatief voor PET-plastic van Avantium heeft bijvoorbeeld de serieuze interesse van Coca-Cola.

Er is dus geen gebrek aan innovatie in Nederland. Wat ontbreekt, is het vermogen om innovaties om te zetten in economische groei. Dat kan beter:

Allereerst kunnen de randvoorwaarden voor de succesvolle start van innovatieve ondernemingen beter: kredietverlening, versimpeling van regelgeving, en flexibelere arbeidsvoorwaarden.

Ten tweede kunnen we de lat hoger leggen en ons meer richten op wereldwijd marktleiderschap, want lokaal leiderschap is doorgaans niet lang houdbaar (denk aan Hyves en Facebook).

Ten derde moeten we niet te snel sturen op verkoop van innovaties aan het buitenland, maar met het topsectorenbeleid de condities voor verdere groei inclusief die van de lokale kernactiviteiten aantrekkelijk houden.

Het gaat dus niet om meer innovatie, maar om meer rendement. Zo kunnen we onze innovatie kracht, net als de Duitsers, omzetten in economische groei.