De kans op een eeuw leven

Honderd jaar leven verliest zijn unieke ervaring. Onderzoeker Joop de Beer van het NIDI, het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut, raamt dat de helft van de meisjes die nu worden geboren honderd jaar of ouder zal worden en eenderde van de jongens.

Het is een fascinerende en prikkelende prognose, zowel voor ieder van ons persoonlijk als voor de samenleving als geheel.

Een langer leven betekent dat er meer te kiezen valt. Een tweede of misschien wel derde carrière kan gemeengoed worden. Straatbeeld en samenleving zullen er anders uitzien als niet drie generaties samenleven, met ouders, grootouders en kinderen, maar vier of vijf. Zal de fascinatie met jeugd, zoals die sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bestaat en voortleeft in bijvoorbeeld reclames, verdwijnen? Of wordt de jeugd vanwege zijn schaarste een bevolkingsgroep die ‘aanbeden’ en verwend wordt? Wie weet valt een dermate vergrijzende samenleving wel terug in conservatisme en een afkeer van economische en technologische dynamiek.

Tegelijkertijd is de vraag relevant hoe de baby’s van nu straks zo oud zullen worden. Mensen zijn al langer gezond en kunnen langer werken – een gedragsverandering die op zich de gezondheid al bevordert. De realiteit is dat ook levensstijlen (roken, drinken, bewegen) van invloed zijn op gezondheid en levensverwachting.

In Nederland zijn wij de laatste decennia gewend geraakt aan lange periodes van vrede en de uitbanning van vernietigende pandemieën, zoals de Spaanse griep in de vorige eeuw. Hun afwezigheid is geen eeuwigdurend recht. De grenzeloze mobiliteit van mensen en goederen is een perfecte voedingsbodem voor mondiale ziektes. Het is ook maar de vraag of we de welvaartsziekten van deze tijd, kanker en obesitas, effectief weten te bestrijden. En of de natuur het aankan om zo veel meer mensen te moeten voeden en te laten leven.

Natuurlijk gaat een veroudering op deze schaal gepaard met extra kosten, maar daar zullen extra opbrengsten tegenover staan. De samenleving heeft deze gestage veranderingen tot nu toe steeds vorm weten te geven, ook al gaat dat gepaard met sociale en politieke strijd en geldt het ervaringsfeit dat sommige generaties meer pech of geluk hebben dan andere.

Prognoses als die van onderzoeker De Beer zijn ook confronterend. Zij houden een opdracht in. De essentie van bevolkingstrends laat zich, met alle praktische mitsen en maren, goed voorspellen. De vergrijzing van de naoorlogse babyboomers was in wezen sinds halverwege de vorige eeuw uit te tekenen. Maar een begin maken met de noodzakelijke (hervormings)maatregelen gebeurt nu pas, nu de financiële nood niet meer te negeren is. Dat moet deze eeuw beter.