Dank u voor het debat, we praten nog even verder

Tien uur debat tussen premier Rutte en de oppositie mondt uit in stilstand Rutte probeerde ook de PvdA, sociale partners en kiezers tevreden te houden Hij deed weinig toezeggingen

Pechtold wilde niet práten met Rutte, maar onderhandelen. Foto David van Dam

Politiek redacteuren

Hij pakte het charmant aan – daar was iedereen het over eens. Premier Mark Rutte complimenteerde de leiders van de oppositie stuk voor stuk met hun „constructieve houding” en „bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen”. Hij verkocht zijn standpunten niet als absolute waarheden, maar verzachtte ze door relativerende zinnetjes als „dat is mijn inschatting” en „zo taxeer ik dat”.

Toch toonden de potentiële partners van Rutte zich gisteren na een uur of tien praten nog steeds ontevreden. CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks – de ‘constructieve’ oppositiepartijen die het kabinet in de Eerste Kamer aan een meerderheid kunnen helpen – vonden allemaal dat de premier onvoldoende „bewoog”. Dat is Haags jargon voor: concrete toezeggingen doen. SGP-leider Kees van der Staaij vatte de stemming bij de oppositie het geestigst samen: „Als we zo doorgaan, zijn we het straks eens dat we willen werken aan een beter Nederland. Dan is er eigenlijk niets gebeurd.”

Is Ruttes missie aan het eind van de Algemene Beschouwingen dan mislukt? Dat niet. Want naast het debat met de oppositieleiders voerde Rutte gisteren nog drie minstens zo belangrijke gesprekken. Met coalitiepartner PvdA, wiens belangen hij moest beschermen. Met vakbonden en werkgeverslobby, die hechten aan het sociaal akkoord dat zij in het voorjaar met het kabinet sloten. En met de kiezers, die hij ervan wilde overtuigen dat zijn kabinet stabiel is, belangrijke hervormingen doorvoert en Nederland enigszins ongehavend door de economische crisis zal loodsen.

Eerst de PvdA. De coalitiegenoot van Rutte bevindt zich in een kwetsbare positie: met het afhaken van de SP als onderhandelingspartner lijkt de enige route voor steun in de Eerste Kamer: naar rechts, richting CDA en D66. Dus moest de PvdA gerustgesteld worden. Tegelijkertijd moest Rutte een signaal afgeven aan met name het CDA dat er gepraat kon worden over minder lastenverzwaring.

Dat ging als volgt. CDA-leider Buma vroeg Rutte of het kabinet bereid was af te zien van nivellerende maatregelen uit de begroting. Rutte antwoordde daarop: „Dit kabinet heeft nivellering niet als doel.” Om meteen een gebaar naar de PvdA te maken: dat „doel” is een „evenwichtige inkomstenverdeling”.

Dan de sociale partners. D66-leider Pechtold vindt dat de belangrijkste maatregelen uit het sociaal akkoord – hervorming van het ontslagrecht, verkorting van de WW-duur – eerder in moeten gaan dan 2016. Hoe staat het kabinet daar tegenover, wilde hij gisteren steeds weten. Rutte bood een een opening: „Over het versnellen van het sociaal akkoord kunnen wij spreken.” Meteen gevolgd door : „Over opblazen niet.” Anders gezegd: vakbonden en werkgevers, als jullie het niet willen, gebeurt het niet.

Voor de kiezers die meekeken, probeerde Rutte rust en zekerheid uit te stralen. Mensen moesten na de doembeelden van Geert Wilders en Emile Roemer niet denken dat het land met behulp van een zwak en hulpeloos kabinet naar de Filistijnen gaat. Het consumentenvertrouwen is al wankel genoeg. Nee, Rutte II wist precies wat het van plan is: gestaag en gericht werken aan precies de hervormingen die de Nederlandse economie weer moeten aanjagen. Dat hij er met de oppositie nog niet helemaal uit is wat die hervormingen precies moeten inhouden, was niet anders dan business as usual, zo was de boodschap van de premier.

Het lukte de premier redelijk om tussen al die verhalen de juiste balans te vinden. Maar dat had wel als gevolg dat hij zijn directe gesprekspartners, de leiders van de oppositiepartijen, nauwelijks kon bedienen. Concrete toezeggingen deed de premier niet. „Daar moeten we het gesprek over aangaan”, was zijn antwoord elke keer als een fractievoorzitter het weer probeerde.

De oppositie wilde in grote lijnen over drie onderwerpen praten met de premier: de verdeling van de belastingdruk, de hervormingen op de arbeidsmarkt in het sociaal akkoord en de omvang van het extra bezuinigingspakket voor 2014. Daar was de premier zeker toe bereid, zei hij. Maar, zo was de boodschap, de gesprekken konden natuurlijk pas plaatsvinden als de Algemene Beschouwingen achter de rug waren: „We gaan de begroting nu toch niet regeltje voor regeltje herschrijven?”

Uit het verloop van de verbale schijngevechten vielen wel een aantal voorlopige conclusies te trekken. D66, de ChristenUnie, de SGP en GroenLinks zijn best bereid om bij onderhandelingen enigszins binnen de wensen te blijven die Rutte gisteren schetste: niet veel minder dan 6 miljard bezuinigen in 2014, het sociaal akkoord niet opblazen en een „fatsoenlijke inkomensverdeling” verzekeren.

CDA-leider Sybrand Buma liet keer op keer weten dat hij zich van die grenzen niets wil aantrekken. Hoewel het CDA in zijn eentje genoeg zetels in de senaat levert voor een meerderheid, is het daarmee de lastigste partner. Binnen de coalitie werd gisteren betwijfeld of de partij werkelijk wil onderhandelen.

Mocht het CDA te lastig doen, dan is de enige optie: wisselende verbonden met de kleinere oppositiepartijen. Na dit publieke debat wacht nu weer een ronde in de achterkamer.