Bescherming op het voetbalveld

„Het spijt me”, zeg ik tegen de speler van Team 1, „maar zonder die dingen moet je er echt uit.”

Elf mannen zijn het niet met me eens. Team 1 heeft niemand op de reservebank om een paar scheenbeschermers aan de vergeetachtige voetballer uit te lenen.

„Niet zeuren, scheids, lekker voetballen”, valt de aanvoerder van Team 2 zijn tegenstander bij. Nu zijn tweeëntwintig mannen het niet met me eens. Pas zo’n tien minuten na de aftrap heb ik de zondaar opgemerkt en de wedstrijd stilgelegd. Blijkbaar wil iedereen liever doorspelen dan gedoe. Ik sta er alleen voor.

„Scheids, dit is toch niet de eredivisie of zo?”

„Hé scheids, kom op nou man, wat een gezeur om een paar van die stukkies plastic.”

„Gewoon doorballen, scheidsie, we zullen z’n poten heus niet breken.”

Ik blijf bij mijn standpunt. De scheenbeschermerloze moet het veld verlaten en mag pas terugkeren als hij de verplichte uitrusting draagt. Ik hoor mezelf zeggen dat het voor zijn eigen veiligheid is. Men begrijpt dat ik onvermurwbaar ben en de wedstrijd wordt mopperend en met een man minder hervat. „Kan ik er weer in, scheids?” Nog geen vijf minuten later lijkt het probleem opgelost. Ik kijk naar de zijlijn, zie twee dikke, opgetrokken voetbalkousen en gebaar dat het in orde is.

De wedstrijd verloopt vriendschappelijk, overtredingen komen nauwelijks voor. Bij een 1-1 stand, halverwege de tweede helft, geef ik een hoekschop aan Team 2. Team 1 ziet het anders. „Achterballetje scheids, zeker weten.” Ik schud mijn hoofd en wijs kordaat naar de hoekvlag. „Het klopt hoor”, zegt de spits van Team 2. „Het is een achterbal. Ik raakte ’m als laatst.”

Als scheidsrechter hoop je dat je beslissingen zo min mogelijk ter discussie staan. Wanneer één team het niet met je eens is, heb je altijd nog het andere team dat achter je staat. Dat is je bescherming. Maar wat moet je als allebei de teams het anders zien dan jij? Terugkomen op je besluit straalt weinig gezag uit. Aan de andere kant… Ik geef de verbazingwekkend eerlijke spits een schouderklopje en verander de hoekschop in een achterbal.„Lekker hoor, scheids!”, roept een supporter langs de lijn. „Je laat met je dollen!”

Pas na het laatste fluitsignaal zie ik dat ik écht met me heb laten dollen. We lopen terug richting de kleedkamers als de speler die zonder scheenbeschermers aan de wedstrijd was begonnen even blijft staan, zijn kousen omlaag stroopt en zijn teamgenoten lachend laat zien wat er tegen zijn schenen zit vastgeplakt. De door mij goedgekeurde bescherming is licht geknakt en nat van het zweet. Met een zwierig boogje gooit de vindingrijke voetballer een stapeltje bierviltjes de bosjes in.