Autochtonen eten geen geitenvlees

Een geitenbok wordt in eigen land niet geëerd. De geitenbokjes zijn een hinderlijke bijvangst voor de melkgeitenhouderij.

Hier moet je voor geitenvlees bij een islamitische slager zijn. De autochtone Nederlander eet geen geitenvlees. Nederlandse gerechten met geitenvlees zijn er dan ook niet. Hoewel, als de Indonesische keuken zoals hier te lande beoefend tot het Nederlandse eetculturele erfgoed mag worden gerekend, dan kennen we saté kambing. Dat is saté van geit, maar een enkele uitzondering daargelaten gebruikt men meestal lamsvlees. Zonder de obligate pindasaus, maar met een hete ketjapssaus is de saté kambing verfijnder dan saté van kip of varkensvlees.

Leg de satéstokjes in koud water. Snijd het vlees in 36 blokjes. Meng de ingrediënten voor de marinade. Laat het vlees ten minste een uur marineren. Rijg het vlees aan de stokjes. Rooster de spiesjes in ongeveer vijf minuten gaar, bij voorkeur op een houtskoolgrill. Bestrijk de spiesjes tussendoor met het restje marinade. Meng alle ingrediënten voor de ketjapsaus. Serveer met ketjapsaus, gul bestrooid met grof gehakte pinda’s, ringetjes sjalot en rode peper. Eet gerust een extra stokje, aan geitenvlees hebben we geen tekort.