00:00:00 uur

Deze zomer was ik op huwelijksreis aan de Côte d’Azur. Mijn vrouw en ik gingen ook een dagje naar Nice. Op het station zagen we overal zwaarbewapende militairen. In de stad waren die dagen de Jeux de la Francophonie, een soort Franstalige Commonwealth Games. Vandaar.

We bezochten twee musea, gingen uit eten en daarna keerden we terug naar het station om de laatste stoptrein te halen. In de stationshal zagen we op het mededelingenbord onze trein staan, maar zonder het vertrekspoor, hoewel dat er al lang had moeten staan. We wachtten en keken. Mijn blik dwaalde door de hal, via het plafond, met een schildering van een wolkenlucht, langs de militairen en de snoepautomaten, toen ik naast me een man zag met een moslimbaard en aan zijn voeten twee reusachtige sporttassen.

Vast een terrorist, dacht ik even. In die tassen zit springstof. Logisch, nu met Syrië op de voorpagina’s enzo. Eén plus één is twee.

Daarna drukte ik de gedachte weg. Het was helemaal niet logisch, natuurlijk, al was het maar omdat een echte terrorist er meestal niet uitziet als terrorist, net zoals boeven niet op de Daltons lijken.

Schaam je.

Hij had gezien dat ik naar hem keek. En omdat ik dacht dat hij dacht dat ik dat wel zou denken, ging ik iets dichter bij hem staan, om te laten merken dat ik heus niet dacht wat ik dacht dat hij misschien dacht dat ik inderdaad heel even had gedacht.

En ik keek weer naar het plafond, en toen naar het bord, waar het spoor van onze trein nog steeds niet stond, drie minuten voor vertrek. Er leek iets aan de hand te zijn.

Op dat moment zei mijn vrouw: „Kijk, die tassen.” En ik draaide en zag de twee sporttassen staan, onbeheerd nu, want de baard was opeens nergens te bekennen, en ook alle militairen waren nu weg – en wij, zonder verder iets te zeggen, we snelwandelden de hal uit, weg van de tassen, naar buiten!

Alwaar we bedachten dat we op deze manier de laatste trein zouden gaan missen.

Voorzichtig keken we om het hoekje. De tassen waren inmiddels verdwenen. Kust leek veilig. En op het bord stond ons spoor nu ook al aangegeven. We trokken een sprintje.

Loos alarm. Trein gehaald. Pfieuw.

Maar toch: enkele minuten hadden we ons onveilig gevoeld. Dat is de indirecte schade, de fall-out, van die zeldzame, echte aanslagen. Wat kun je eraan doen, behalve helemaal geen nieuws meer tot je nemen?

Deze week werden er in zowel Den Haag als in Haarlem winkelcentra ontruimd naar aanleiding van dreigtweets over aanslagen, kennelijk geïnspireerd door het gebeuren in Nairobi. RTV Noord had een urenlange uitzending met een aftelklok in beeld die de tijd aangaf tot de aanslag zou plaatsvinden (namelijk om 11:50 uur, volgens de dreigtweet). Er werden live-beelden vertoond van een gesloten V&D – fascinerende televisie. Toen de klok versprong naar 00:00:00 gebeurde er niets. Loos alarm.

Maar de schade was weer geschied. Namelijk een paranoïde samenleving waarin mensen constant alert zijn, als gazellen op de savanne.

Arjen van Veelen (a.v.veelen @nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl).