Wil jij mijn vriend worden?

Bij het belangrijkste politieke debat van het jaar dongen fractieleiders gisteren opzichtig naar elkaars gunsten Maar Samsom en Buma spelen hard to get Vandaag geeft premier Rutte antwoord

Tussen de bedrijven door zoeken fractieleiders Pechtold (D66), Zijlstra (VVD) en Buma (CDA) elkaar even op. Foto David van Dam

Politiek redacteuren

Het was een wedstrijd ‘wie is het meest tot onderhandelen bereid’, gisteren in de plenaire zaal van de Tweede Kamer.

VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra en PvdA-leider Diederik Samsom moesten tonen dat zij bereid zijn de begroting van de coalitie aan te passen. Zo willen zij zich verzekeren van steun van oppositiepartijen. Die steun hebben ze in de Eerste Kamer nodig, omdat VVD en PvdA daar geen meerderheid hebben.

De leiders van oppositiepartijen CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks moesten tonen dat ze bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het landsbestuur in tijden van grote economische crisis. Dat verwachten veel van hun kiezers.

Om er een veel gebruikt parlementair cliché bij te pakken: wie doet deuren open, en wie gooit ze dicht?

Het spel van de deuren gisteren bij de Algemene Beschouwingen over de rijksbegroting was: laat zien dat je wilt praten, maar geef niet te veel weg van je eigen inzet, want de echte onderhandelingen moeten nog beginnen. Gisteren spraken alleen de fractievoorzitters, vandaag moet premier Mark Rutte reageren.

De twee grootste oppositiepartijen bedankten gisteren voor enige directe invloed op het landsbestuur. PVV-leider Geert Wilders deed dat met het verbale lawaai dat iedereen intussen van hem gewend is. Hij diende, nog voor het debat goed en wel was begonnen, een motie van wantrouwen in tegen het kabinet Rutte II. Een motie waarover direct werd gestemd, en die met overweldigende meerderheid werd afgewezen. Wilders verweet CDA, D66 en de ChristenUnie te „bedelen” bij de coalitie, en nam verder niet deel aan het debat.

SP-leider Emile Roemer stemde, na intern beraad met zijn fractie, voor de motie van Wilders. Daarmee had hij zichzelf in de ogen van een groot deel van de Tweede Kamer in de hoek van Wilders gemanoeuvreerd.

Samsom minder toegeeflijk

De leiders van de coalitiefracties Zijlstra en Samsom moesten de weg bereiden voor Rutte. VVD’er Zijlstra slaagde daar beter in dan PvdA’er Samsom. Die laatste zei wel op elke vraag van een oppositiepartij dat hij bereid was overal over te praten, maar kon het ook niet laten daar direct aan toe te voegen dat de plannen van de vragensteller eigenlijk slechter waren dan die van de coalitie.

D66-leider Alexander Pechtold vroeg hem drie keer naar de mogelijkheid om de hervorming van het ontslagrecht en de inkorting van de WW-duur eerder in te laten gaan. Drie keer antwoordde Samsom dat dit geen extra bezuiniging opleverde, maar meer onzekerheid voor werkende mensen, en dat dit daarom onverstandig was.

Met zijn continue tegenwerpingen haalde Samsom zich de zichtbare ergernis op de hals van Pechtold en ChristenUnie-leider Arie Slob. Maar vooral van CDA-leider Sybrand Buma, die Samsom „drammerig” debatteren verweet. Na een kort technisch debatje over de ‘marginale lastendruk’ liep Buma geïrriteerd weg van de interruptiemicrofoon: „Echt, u zoekt het maar uit”.

In kringen rond Samsom werd Buma’s verontwaardiging afgedaan als een opzetje om de PvdA te pesten. Maar het blijft een feit dat Samsom de oppositie in de gelegenheid stelde hem weg te zetten als inflexibele betweter. De PvdA-leider leek ook enigszins geschrokken van de wrevel die zijn optreden veroorzaakte: zijn interrupties later in het debat opende hij consequent met empathische zinnen als „dat begrijp ik”.

De ergernis van de oppositie was deel van het onderhandelingsspel, zo bleek later. Toen Samsom op zijn beurt CDA’er Buma ondervroeg over diens compromisbereidheid, was Buma ook niet al te scheutig met toezeggingen.

VVD’er Zijlstra gaf inhoudelijk nauwelijks meer toe dan Samsom maar liet het continu corrigeren van zijn tegenstanders na, wat hem sympathieker deed overkomen. Deels is het verschil karakterologisch: de VVD-fractieleider heeft minder de neiging om andermans ongelijk te bestrijden. Maar hij heeft ook een wat makkelijkere positie. De eisen inwilligen van CDA, D66 en de ChristenUnie zou het bezuinigingspakket rechtser maken – minder nivellering, minder lastenverzwaring, minder invloed van de vakbonden. Samsom moest zich tegen al die eisen verzetten. Zijlstra vond het vooral belangrijk dat er niet wordt gemorreld aan het aanvullende bezuinigingspakket van 6 miljard euro in 2014.

Simultaan schaken

Gisteren werden zo de eerste stappen zichtbaar in een simultaan potje schaak over de plannen van het kabinet. Niet alleen doen er veel partijen met tegengestelde en elkaar soms uitsluitende wensen aan mee, ze willen allemaal op andere borden schaken. D66 wil het vooral over hervormingen in het sociaal akkoord hebben, het CDA over het totaal aan lastenverzwaringen, de ChristenUnie over de omvang van het aanvullende pakket van 6 miljard bezuinigingen, GroenLinks over het zwaarder belasten van milieuvervuiling en de SGP de over de positie van gezinnen.

Vandaag zet premier Rutte de volgende stap. Aan hem de taak om de deur nog verder open te wrikken.