Vallen

Graag had ik meer bijzonderheden vernomen over de laatste val van prinses Beatrix. Zij brak haar jukbeen bij een ‘onfortuinlijke val’ in huiselijke kring, zo heb ik begrepen. Ik ga er niet vanuit dat zij ten val gebracht wérd, maar er blijven nog genoeg onbeantwoorde vragen over, zoals: waar viel zij over, welk voorwerp knakte haar jukbeen, gebeurde het bij (kunst)licht of was het schemerig, misschien wel donker, en welk schoeisel droeg ze die dag?

Mijn nieuwsgierigheid lijkt ongezond, maar is er juist op gericht om ongezonde valpartijen zoveel mogelijk te voorkomen. Boven een bepaalde leeftijd – een jaar of 65 – wordt de mens steeds vaker het slachtoffer van onverwacht valgedrag. Wat is erop tegen als we van elkaars valpartijen proberen te leren?

In het geval van prinses Beatrix valt op (ik kan er echt niets aan doen dat opeens overal dat woord ‘val’ valt), dat ze al in maart een openbare val maakte. Het gebeurde toen ze – nog als koningin Beatrix – struikelde over een rode loper naar cultuurcentrum De Oosterpoort in Groningen. Ze duikelde languit voorover en moest overeind geholpen worden door onder anderen burgemeester Rehwinkel.

Destijds kregen we wél te horen wat de oorzaak was geweest. „Ik keek niet goed uit”, zei de koningin in eerste instantie, maar later bleek dat de rode loper vrijwel onmerkbaar over een uitstekende stoeprand was gelegd. Geen wonder dat de burgemeester zich een maand later zelf ten val bracht: hij kondigde wegens overbelasting zijn aftreden aan.

Hier zien we hoe belangrijk het is om de oorzaak van dergelijke valpartijen te kennen. In Groningen was de koningin het slachtoffer van onachtzaamheid bij de organisatie, maar wat was er vorige week aan de hand toen zij in haar eigen woning, Huis ten Bosch, een veel ernstiger smak maakte? Was ze misschien zelf nogal onvoorzichtig geweest?

Ik kom nu bij een nog veel crucialere vraag: hoe komt het toch dat de ouder wordende mens zo vaak valt? Meer dan 30 procent van de mensen boven 65 en ouder valt één keer per jaar en 15 procent valt vaker. Dat kan allerlei fysieke oorzaken hebben, maar laat ik me beperken tot de meest banale: het niet hoog genoeg optillen van de voeten. Dat kan komen door een gebrek aan spierkracht, slordigheid, gemakzucht, noem maar op. Mijn moeder hield het in mijn geval al zestig jaar geleden op gemakzucht.

Zou ze er nog zo over denken als ze gezien had wat mij onlangs overkwam? Best mogelijk. Ik liep over de stoep van een straatje in de Amsterdamse binnenstad, het was midden op de dag, maar er was geen overdreven drukte. Zonder dat zich een obstakel of oneffenheid aandiende, maakte ik plotseling een vreemde schuiver, die iemand achter mij deed uitroepen: „Ho! Ho!” Mijn linkervoet, realiseerde ik me later, stokte plotseling waardoor mijn rechtervoet een gat in de lucht trapte en ik op koninklijke wijze voorover dreigde te storten.

Gelukkig kon ik nog net op tijd mijn evenwicht bewaren en de val in een ren omzetten; voor de buitenwereld moet het geleken hebben alsof ik een spurtje inzette. Om die schijn op te houden, rende ik nog even langer door dan nodig was. Maar diep vanbinnen wist ik dat ik een vallende man was geweest.

Hoe gaat dit aflopen? Zal het mee- of tegenvallen?

Wie binnenkort een columnist in de goot ziet liggen: kijk even wie het is en raap hem op, tenzij u een hekel heeft aan zijn stukjes.