Tony Martin houdt wel van beetje pijn

Met overmacht won de Duitse tijdritspecialist Tony Martin gisteren in Florence zijn derde wereldtitel op rij.

Met een luid JAA! kwam Tony Martin gisteren over de finish. De als laatste gestarte topfavoriet werd in Florence voor de derde keer achter elkaar wereldkampioen tijdrijden. Het vermoeden bestond al dat de Duitser de hegemonie in de tijdrit definitief had overgenomen van zijn concurrenten, de Brit Bradley Wiggins en de Zwitser Fabian Cancellara – en Der Panzerwagen bevestigde het met een indrukwekkende race. Wiggins won zilver, Cancellara brons.

Geen renner kan meer pijn lijden dan Martin. Dat bewees hij twee maanden geleden in de Tour de France, toen hij in de eerste rit naar Bastia zwaar ten val kwam en een hersenschudding, een gekneusde long, een diepe vleeswond bij zijn elleboog en schaafwonden op zijn heup, borst, knie, schouder en rug opliep. De meeste renners zouden hebben opgegeven, maar Martin ging door en won een week later doodleuk de tijdrit naar Le Mont-Saint-Michel. Na afloop van die rit lag hij minutenlang hijgend op het asfalt.

Ook gisteren ging Martin na afloop even liggen, maar al na een seconde of tien stond hij vrolijk weer op om de regenboogtrui in ontvangst te nemen. Vorig jaar ontbraken Wiggins en Cancellara op de WK-tijdrit in Valkenburg, maar dit jaar zag Martin links en rechts van hem op het podium dezelfde hoofden als in 2011, op de WK in Kopenhagen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de 33-jarige Brit en de 32-jarige Zwitser in de toekomst nog in de buurt zullen komen van hun 28-jarige collega.

Na afloop van de race zei Martin dat je „steeds nieuwe doelen” nodig hebt om op de limiet te kunnen rijden. „Je moet jezelf de druk opleggen dat je alleen tevreden kunt zijn met de titel. Als ik al genoegen zou nemen met een podiumplaats, zou ik niet kunnen presteren.” Ook deze tijdrit had weer pijn gedaan, aldus Martin: „Als tijdrijder moet je wel een beetje van pijn houden. Toch rijd ik liever een uur lang op mijn limiet in de tijdrit dan dat ik een berg beklim. Dat doet me nog meer pijn.”

Pas enkele kilometers voor het eind kon de Duitser een beetje genieten van de binnenstad van Florence. „Toen hoorde ik dat ik 40 seconden voorsprong had op Wiggins en Cancellara. Ik was vol van positieve gevoelens en voelde de pijn niet meer.” Uiteindelijk won hij 46 seconden op Wiggins en 48 op Cancellara.