Straks kan het leger niets meer

Het kabinet weigert in te zien dat externe veiligheid een noodzakelijke voorwaarde is voor onze economie. Wie zijn eigen territorium en economische infrastructuur niet kan beveiligen, wordt vroeg of laat doelwit voor partijen die ons land niet goed gezind zijn. Wie rekent op hulp van bondgenoten, die in vergelijking met ons land meer naar vermogen bijdragen aan de NAVO, misrekent zich. In allianties is geen respect voor landen die wel de lusten maar niet de lasten van een bondgenootschap willen dragen.

Als de plannen van het kabinet voltooid zijn, heeft Nederland een krijgsmacht van Madurodam-achtige proporties, niet in staat ons land tegen een serieuze bedreiging te beschermen. In de nota van minister van Defensie Hennis-Plasschaert wordt geconstateerd dat de veiligheidsomgeving uiterst onzeker is en dat ons land daarom een veelzijdige en capabele krijgsmacht nodig heeft. Je kunt maar beter op alles voorbereid zijn. Het kabinet handelt echter anders en rekent erop dat crisishaarden aan de grenzen van de Europese Unie en de NAVO geen effect zullen hebben op onze veiligheid. En dat, als het nodig is, Nederland een beroep kan doen op de NAVO-partners. Twee gevaarlijke aannames, in strijd met de eerdere constatering.

Waar zijn de bedreigingen voor ons land, klinkt het vaak. Hoe kortzichtig. Onze veiligheid is zo verweven met die van de Europese bondgenoten, dat het niet een bedreiging betreft van ‘ons land’ maar van het gehele NAVO-gebied binnen Europa. Bovendien kunnen bedreigingen zich opeens manifesteren, vooral als ze buiten de radar van de inlichtingendiensten tot ontwikkeling komen en miskend worden door politieke leiders – zie ‘9/11’. Aan de randen van Europa sluimeren zoveel conflicten, dat het verder ontmantelen van onze krijgsmacht ronduit onverantwoordelijk is. Kabinet, ken uw geschiedenis: het weer opbouwen van een krijgsmacht kost veel meer geld dan dat de afbraak ervan oplevert.

Een krijgsmacht met overtuigend afschrikkingseffect en aantoonbare inzetbaarheid hebben Nederland en Europa niet meer. Met Libië kon Europa zijn eigen broek al niet meer ophouden en moest het bij de VS aankloppen. De Franse interventie in Mali toont wederom aan hoe dungezaaid de Europese capaciteiten zijn om effectief op te treden. Nederland bewijst zichzelf, Europa en de NAVO geen dienst door nog eens het mes in de krijgsmacht te zetten.

De vraag die door ons hoofd spookt: kan het anders? Jazeker. Ook de krijgsmacht kan hervormd worden, zodanig dat de problemen van te hoge personeelslasten en te hoge kosten voor materiële exploitatie en waardevermindering van het vastgoed structureel worden opgelost. Maar dat vereist visie, en dit kabinet is niet van de visies – al helemaal niet van analyse en beleid.