‘Stoppen JSF duurder dan ermee doorgaan’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Veelgehoord argument in de discussie over de JSF, onder meer maandag in nrc.next

De aanleiding

Nu de beslissing om 37 JSF’s aan te schaffen zowat genomen is, woedt de discussie weer volop: over het wel of niet kopen van het vliegtuig en over de kosten en het nut ervan. Dezelfde argumenten komen steeds terug. Ook in de ‘debatkaart’ die afgelopen maandag in nrc.next stond: ,,het is duurder om te stopen met de JSF dan om door te gaan.” Lezer Mariëtte Wessels wil weten hoe die berekening precies in elkaar zit.

Waar is het op gebaseerd?

Op 24 oktober vorig jaar was de website van de Telegraaf de eerste die de kop ‘Doorgaan met JSF is goedkoper’ online had staan. De eerste zin: „Voortzetten van de Nederlandse deelname aan de testfase van de Joint Strike Fighter (JSF) is per saldo minimaal 150 miljoen euro goedkoper voor de staatskas dan ermee stoppen.” Andere sites namen de bewering over, waarbij de testfase lang niet altijd meer genoemd werd. In veel berichten was „stoppen met de JSF duurder dan doorgaan.”

De basis voor de berichten is een rapport met drie scenario’s dat de Algemene Rekenkamer vorig jaar oktober uitbracht. Scenario 1: het huidige beleid inclusief het partnerschap in de JSF wordt voortgezet. Scenario 2: het huidige beleid wordt voortgezet maar Nederland doet niet langer mee aan de testfase van het JSF-programma. Scenario 3: de betrokkenheid bij het JSF-programma wordt volledig beëindigd en Nederland koopt een toestel ‘van de plank’.

En, klopt het?

Het lijkt erop dat het veelgehoorde argument nuance heeft verloren. Gaat het er nu om dat het stoppen met de testfase en daarna een JSF kopen die ‘af’ is, duurder is dan doorgaan met het huidige beleid? Of is het ook duurder als we stoppen met de JSF en een ander vliegtuig kopen, zoals je zou kunnen denken als je veel berichten leest? We bekijken het rapport.

De JSF is bedoeld als vervanging van de F-16. Sinds 2002 neemt Nederland deel aan een samenwerkingsprogramma voor de ontwikkeling van de JSF. Daarvoor ondertekende Nederland overeenkomsten waarin de deelnemende landen onder meer afspraken mee te doen aan de ontwikkeling van het systeem, de productie en verbeteringen en het testen van de vliegtuigen. In ruil daarvoor hoeven landen bij aanschaf geen royalty’s te betalen, kunnen zij inkopen op een voordelig moment en hoeven ze niet in hun eentje te testen.

Scenario 1: Vanwege de betrokkenheid bij het JSF-programma is inmiddels 1,23 miljard uitgegeven. De totale bijdrage is geraamd op 1,74 miljard. Het ministerie van Defensie heeft voor de opvolging van de F-16 4,5 miljard euro gereserveerd. Op het moment dat het rapport uitkwam zouden de geraamde investeringskosten voor 68 toestellen oplopen tot 6,5 miljard. Nu ligt het plan op tafel om voor 4,5 miljard 37 vliegtuigen te kopen. Het onderhoud van de JSF zou voor 68 toestellen 440 miljoen zijn. Voor 37 toestellen is dat wel minder, maar niet de helft, doordat er meer vaste dan variabele kosten zijn. En dan is er het testen, dat nogal wat vertraging heeft opgelopen. Daardoor moet er drie jaar langer doorgevlogen worden met de F-16, waarvoor de kosten 334 miljoen euro bedragen.

Scenario 2: Nederland stopt met de huidige fase van het programma, de testfase, maar gaat wel over tot aanschaf van de JSF op de manier die het al van plan was. Terugtrekken uit het testprogramma betekent dat Nederland zelf een alternatieve testfase moet doorlopen. De diepgang daarvan zal minder zijn, waardoor de veiligheid afneemt. Ook neemt het alternatief meer tijd in beslag, waardoor de F-16’s nog langer moeten vliegen (nog twee jaar extra de F-16 kost 185 miljoen). De Rekenkamer concludeert dat deelname aan het testen de goedkoopste manier is om de JSF operationeel te krijgen. Dit scenario is dus inderdaad duurder.

Scenario 3: Als Nederland zich terugtrekt uit het hele programma komt het bedrag dat er al ingestoken is niet in zijn geheel terug. Nederland raakt ook niet de totale 1,73 miljard euro kwijt. Het bedrag dat terug kan komen wordt kleiner naarmate de tijd vordert. Ook kunnen er claims komen, omdat de inhoud van contracten verandert, waardoor andere landen en bedrijven gedupeerd worden. Er zijn ook kosten omdat de F-16’s voor onbepaalde tijd doorvliegen. De Rekenkamer concludeerde: terugtrekken uit het JSF-programma levert de staat 265 miljoen op, het kost de staat echter minstens 405 miljoen. Daar bovenop komt nog een onbekend extra bedrag. En dan moet de JSF dus nog los worden aangekocht.

En hoe zit het dan met de kosten als Nederland een ander toestel aankoopt? Zijn die misschien veel goedkoper dan de JSF waardoor we onderaan de streep toch goedkoper uit zijn? Daarover durft de Rekenkamer niks te zeggen: „In geval van de keus voor een ander toestel zijn er te veel onzekerheden om een uitspraak te doen over de vraag of optie 3 duurder uitpakt dan optie 1.”

Conclusie

In het debat over de JSF klinkt vaak het argument ‘stoppen is duurder dan doorgaan’, afgelopen maandag ook in nrc.next. De bewering is afkomstig uit een rapport van de Algemene Rekenkamer die drie scenario’s doorrekende. Daaruit bleek dat het stoppen met testen en wel in het JSF-programma blijven duurder is dan doorgaan met de testfase. Ook helemaal uit het JSF-programma stappen en vervolgens de JSF toch kopen als hij af is, bleek duurder. Maar de Rekenkamer heeft niets uitgerekend over de kosten wanneer Nederland een ander vliegtuig dan de JSF aanschaft. Dat stoppen sowieso duurder is, is dus niet zonder meer te zeggen. Daarom beoordelen wij de bewering als half waar.