Sta nog eens stil bij de ziel, Maarten

Therapie geeft zelfinzicht, wat leidt tot meer grip op het leven. nrc.next vroeg kunstenaars plaats te nemen op de sofa in de ‘cultuurkliniek’. Deze week: de dichter Maarten van der Graaff.

HET INTERVIEW

Wat had beter niet door de mens uitgevonden kunnen worden?

„De realitysoap. Niets voelt eenzamer en holt je meer uit dan in je eentje overdag naar een realitysoap kijken.”

In welke eeuw zou je het liefst geboren zijn?

„De twaalfde of zo. Of nog vroeger. Het is onvoorstelbaar dat de moderniteit er niet is. Dat je geen modern mens zou zijn is toch een fascinerende gedachte? Dat moet zo’n ander soort bewustzijn opleveren. Het lijkt me eenvoudiger om te begrijpen hoe het is om een huisdier te zijn in het Lunetten van de eenentwintigste eeuw dan een lijfeigene in de twaalfde. Stel je eens voor dat de notie van een privéleven of zoiets als onze constante zelfreflectie niet zou bestaan.”

Welk cliché past bij jou?

„Ieder dier is droef na de paring.”

Van welk verhaal valt het slot je tegen?

„Het einde van Sjakie en de chocoladefabriek van Roald Dahl viel me als kind al tegen. Voortdurend identificeer je je – haast noodgedwongen – met die brave, straatarme Sjakie en dan opeens wordt hij aangesteld als de nieuwe Willie Wonka en gaat hij met zijn hele familie in die fabriek wonen! Dat is toch een eng soort gevangenschap. Eerst is hij arm en dan is hij rijk. Einde succesverhaal.”

Van welk beroep droom je, naast het dichterschap?

„Ik droom nooit van het uitoefenen van een beroep. Maar om toch iets te zeggen: ik zou wel iemand willen zijn die beroepsmatig in restaurants eet. Het lijkt me trouwens dat niemand op deze plaats human-resourcemanager zou antwoorden. Dat zegt toch ook iets.”

Welk boek lees je, ligt er op je nachtkastje?

„Ik heb Infinite Jest van David Foster Wallace bijna uit. Een onmogelijke uitgave met een oerlelijke kaft en veel te kleine rotvoetnootjes. Het boek ligt dus nog even naast mijn bed. The Pale King las ik eerder. Dat was mijn kennismaking met Wallace en toen wilde ik meteen dit boek lezen. Wat een beweging zit erin. Het is enorm grappig, maar ook intimiderend, beklemmend.”

Naar welke muziek luister je graag?

„Ik heb eigenlijk een weinig ontwikkelde muzieksmaak en luister honderd keer naar dezelfde nummers. Nina Simone vind ik erg goed. Mijn vrienden stoppen me regelmatig nieuwe dingen toe. Ik houd van dansen. Daar ben ik uitgesprokener in: ik dans het liefst op techno.”

Wat is je favoriete tv-programma?

„Mijn tv heb ik weggedaan, nadat het ding al anderhalf jaar lang stuk was. Tijdens mijn studententijd was ik zoals zovelen grootafnemer van de programma’s op Comedy Central. Dan had je achter elkaar The Simpsons, Family Guy, South Park en Futurama. Volgens mij was het opnieuw Wallace die ergens schreef of zei dat zulke programma’s enorm goed gemaakt zijn: slim, ironisch, provocatief, maar dat je na een paar afleveringen sterk de behoefte krijgt om naar een bloem te kijken. Dat herken ik. Aan de serie Frasier was ik echt verslaafd. Sommige afleveringen heb ik vijf, zes keer gezien. Terwijl het niet eens zo'n goede serie is, maar het werkte geruststellend. Niet ontspannend, maar echt troostend. Toen ik net in Utrecht woonde en me nogal geïsoleerd voelde, keek ik tijdens het eten van mijn magnetronboerenkool eindeloos naar sitcoms. De onverbeterlijke en statische personages fungeerden als iconen, als vensters op iets vasts en eeuwigs. Kalmerend en deprimerend tegelijk.”

Als je je land kan vertegenwoordigen in een sport, welke zou dat dan zijn?

„Dat pars-pro-toto-aspect van sport bevalt me niet zo. Wat heb ik met iemand te maken die elke dag in een zwembad ligt? Doet hij dat voor de natie, voor mij? Hetzelfde geldt voor literatuur. Het is helemaal niet erg dat er nog nooit een Nederlander de Nobelprijs heeft gewonnen. De journalistieke reflex om over generatie te praten is nog zoiets. Mijn generatie kan me niets schelen, dat betekent niks.”

Waar geloof je echt in?

„In luisteren. Dat is ook voor poëzie belangrijk: registreren wat er gezegd wordt, hoe, door wie en waarom. Horende doof zijn vind ik een schrikbeeld.”

Naast welke beroemdheid zou je tijdens een intercontinentale vlucht willen zitten?

„Op dit moment zou ik voor Ojay Morgan kiezen. Hij is Zebra Katz, een rapper die ik pas live zag. Fantastische muziek. Heel extreem. Dreigend, zwoel en hard. Ik heb bewondering voor zijn durf. De journalistiek labelt hem als ‘queer rap’. Queerness, gender, de misogyne kant van veel hiphop, al die dingen spelen een belangrijke rol in de muziek van Zebra Katz, maar het is funest om die mix onschadelijk te maken door hem netjes in het doosje ‘queer rap’ op te bergen. Het idee genre kan behoorlijk verstikkend zijn.”

Welk publieke figuur is de meest overschatte?

„Een grappige vraag. ‘Ranking the stars’. Publieke figuren zijn ons bezit en wij mogen ze bespotten, prijzen en knuffelen. Opvattingen hebben over iedereen: wie deugt en wie niet. Overigens ben ik van mening dat Maxime Verhagen geen ziel heeft.”

Welke vraag is je nooit gesteld, maar zou je wel graag beantwoorden?

„Waarom verveelt zoveel kunst ons? Die vraag stel ik mezelf regelmatig. Als ik een museum bezoek bijvoorbeeld.”

DE DIAGNOSE

Maarten van der Graaff durft het niet met zo veel woorden te zeggen, maar hier is in wezen een diep gelovig mens aan het woord. Iemand die op zoek is naar de zin van het leven en die zin koppelt aan het idee van een ziel.

Het verklaart zijn liefde voor de psychiater Frasier en de wens om in de twaalfde eeuw geboren te zijn: weg van alle moderniteit, vol in het christendom, laten we op kruistocht gaan. Een tijd ook waarin de ziel nog zwaar woog, terwijl we tegenwoordig zelfs het idee van ‘21 gram’ terzijde hebben geschoven. We adviseren Maarten van der Graaff om enkele kanttekeningen bij die ziel te gaan plaatsen, in de hoop dat hij zelfs Maxime Verhagen leert vergeven. Wat zijn onze overige adviezen aan hem?

Boek:Dode zielen van Gogol. Hierin koopt de arme edelman Tsjitsjikov dode zielen op bij landeigenaren tegen een laag tarief. Hij doet dat niet zozeer om landeigenaren af te helpen van de lijfeigenen die nog op lijsten staan en waar dus belasting over betaald moet worden, maar vooral om zelf als een rijk man door Rusland te trekken en een hoge lening te kunnen krijgen van de bank. De ware ziel zit in geld, dus zo beschouwd is het niet zo gek om zielloos door het leven te gaan.

Film: Om maar bij het Faustiaanse thema te blijven – het boek had dus ook Goethes Faust kunnen zijn, maar daar komt hij vast zelf wel op – kiezen we als film The Devil’s Advocate. Waar Maarten de Graaff zich ergert aan mensen die goedkoop op tv hun ziel verkopen, zoals in Ranking the stars, is het goed om naar de basis te gaan: waarom zou een mens zijn ziel verkopen? Om geld en omdat zoals Al Pacino in deze film over God zegt: ‘He’s laughin’ His sick, fuckin’ ass off!’

Muziek: Iemand die laveert tussen de jazz van Nina Simone en techno lijkt het er om te doen: moedwillig om het centrum van de ziel heen draaien. Soul dus. Misschien is het verstandig om ook even te horen hoe de soul gemaakt wordt, om te voorkomen dat het alchemie wordt. King Curtis dus: Memphis Soul Stew. Met een theelepeltje bas.

Tot slot: Wie naar de ziel zoekt, moet de volksziel niet vergeten, en mag blij zijn met Nederlandse prestaties van het Nederlandse elftal of van Nederlandse zangers op een Europees Songfestival.

Laat kortom iemand naast je toe in je zoektocht naar de betekenis achter de dingen, want dat is altijd een pars pro toto. Hopelijk vind je zo het antwoord op de vraag waarom zoveel kunst ons verveelt, een – het moet gezegd – zinvol en bezielde vraag.