Rutte houdt vast aan begroting, wil sociaal akkoord aanpassen

Het kabinet kan slechts kleine concessies doen aan de wensen van de oppositie. De vraag is of dat genoeg is voor brede steun.

Premier Mark Rutte noemde het vanmorgen, tijdens het tweede deel van de Algemene Politieke Beschouwingen „volstrekt logisch” dat de kosten van de crisis niet voor iedereen even zwaar moeten wegen.Foto David van Dam

Premier Mark Rutte (VVD) geeft niet toe aan wensen van de oppositie om volgend jaar veel minder dan 6 miljard euro te bezuinigen. Het kabinet staat open voor alternatieven, zolang die maar leiden tot een „evenwichtige inkomensverdeling” en een „degelijk financieel beleid” opleveren. Rutte zei wel bereid te zijn om het sociaal akkoord aan te passen, in overleg met werkgevers en werknemers. Hij zei dat de „ruimte beperkt is”.

Met die voorwaarden schetste de minister-president vanmorgen de kaders waarbinnen het kabinet bereid is om over zijn plannen te onderhandelen met de oppositiepartijen. Het kabinet heeft medewerking van de oppositie nodig, omdat het in de Eerste Kamer acht zetels tekort komt voor een meerderheid.

De ‘constructieve’ oppositiepartijen in de Tweede Kamer legden gisteren, tijdens het eerste deel van de Algemene Politieke Beschouwingen, hun eisen op tafel. Een groot deel van de oppositie heeft eisen die ertoe leiden dat het kabinet meer geld uitgeeft dan nu gepland.

Ook willen sommige partijen, zoals het CDA, de nivellerende maatregelen uit de begroting van het kabinet voor volgend jaar terugdraaien. Rutte verdedigde vanmorgen het duidelijke PvdA-geluid uit zijn kabinet, de „evenwichtige inkomensverdeling”. Hij zei het „volstrekt logisch” te vinden dat de rekening van de economische crisis niet bij iedereen even zwaar wordt neergelegd.

Over enkele kleinere onderwerpen zou sinds gisteren wel al meer overeenstemming bestaan tussen coalitie en oppositie.

Zo wil D66 de regering voorstellen om de bezuiniging van 24 miljoen euro voor 2014 op de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) te halveren. VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra zei gisteren al dat daarover te praten valt. Vanmorgen werd er inderdaad „voortgang geboekt” over het concrete voorstel dat de Tweede Kamer het kabinet zou doen, zoals coalitiebronnen zeiden.

Ook over een wens van de ChristenUnie, om in de begrotingsplannen meer oog te hebben voor regionale werkgelegenheid, zijn oppositie en coalitie in gesprek. Fractievoorzitter Arie Slob van de ChristenUnie zou graag zien dat de kazernes in Assen, Ermelo en Rotterdam open blijven.

Verder is GroenLinks bereid om vereenvoudiging van de zogeheten kindregelingen te steunen, die minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) moet realiseren. Hij wil de huidige elf subsidieregelingen voor gezinnen hervormen, tot er maar vier van overblijven. GroenLinks is akkoord, in ruil voor extra geld voor de kinderopvang. Asscher moet daarvoor 150 miljoen euro op zijn begroting reserveren, plus 100 miljoen euro aan koopkrachtreparatie voor gezinnen met de laagste inkomens.

Voor een meerderheid in de Eerste Kamer is op dit punt alleen steun van GroenLinks aan het kabinet niet voldoende. Daarvoor heeft het kabinet ook de steun van bijvoorbeeld D66 nodig, en die koppelt eventuele steun aan het kabinet weer aan de eigen eis van extra investeringen in het onderwijs. En over dekking daarvoor was vanmorgen nog helemaal geen overeenstemming.

Illustratief aan het waarschijnlijke akkoord over de kindregelingen is ook dat GroenLinks daarover al maandenlang in gesprek was met vicepremier Asscher. Wie die lijn doortrekt naar de echt grote onderwerpen waarover premier Rutte vandaag met de Tweede Kamer spreekt, ziet dat coalitie en oppositie niet vandaag tot één allesoverziende, algemene conclusie zullen komen wat nivelleren betreft, of het (deels) openbreken van het sociaal akkoord.

Rutte kwam vanochtend hard in aanvaring met PVV-leider Wilders, die hem opriep te stoppen met zijn kabinet. Volgens Rutte was Wilders „gemakzuchtig” en maakte hij gebruik van „debattrucs”. „Ik zit niet in de politiek om op korte termijn “winst in de peilingen” te boeken. Grappend: „Mijn ragfijne politieke gevoel zegt me dat de heer Wilders en ik vandaag geen bruggen gaan slaan.”