Oppositie verwacht nu regie van de premier

Krijgt de coalitie voldoende steun van de oppositie? Op de eerste dag van de Algemene Beschouwingen leek het daar niet op. Vandaag zet Mark Rutte de volgende stap.

Hij had er alle vertrouwen in, zei premier Mark Rutte vanochtend, „dat we er samen uit zullen komen”. Gesprekken met oppositiepartijen als CDA, GroenLinks en D66 zouden zonder twijfel leiden tot het uitvoeren van de bezuinigingen en hervormingen die de coalitie van VVD en PvdA hadden bedachten. Mogelijk met aanpassingen, want de premier was bereid „over alles te praten”. Als de financiële degelijkheid en een „fatsoenlijke inkomensverdeling” maar gegarandeerd waren.

Zo stapte de premier op de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen goedgeluimd, en met een scherp oog voor coalitieverhoudingen, in de wedstrijd ‘wie is het meest tot onderhandelen bereid’.

Die wedstrijd begon gisteren, toen fractievoorzitters met elkaar debatteerden. VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra en PvdA-leider Diederik Samsom moesten tonen dat zij bereid zijn hun plannen aan te passen. Zo zoeken zij steun van oppositiepartijen. Die steun hebben ze in de Eerste Kamer nodig, omdat VVD en PvdA daar geen meerderheid hebben.

De leiders van oppositiepartijen CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks moesten tonen dat ze bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het landsbestuur in tijden van grote economische crisis. Dat verwachten veel van hun kiezers.

De balans die de meeste fractievoorzitters in het spel gisteren zochten was: laat zien dat je wilt praten, maar geef niet te veel weg van je eigen inzet, want de echte onderhandelingen moeten nog beginnen.

Dat gold niet voor de twee grootste oppositiepartijen. Die bedankten gisteren voor enige directe invloed op het landsbestuur. PVV-leider Geert Wilders deed dat met het verbale lawaai dat iedereen van hem gewend is. Hij diende, voor het debat goed en wel was begonnen, een motie van wantrouwen in tegen het kabinet Rutte II. Een motie waarover direct werd gestemd, en die met overweldigende meerderheid werd afgewezen.

SP-leider Emile Roemer stemde, na intern beraad met zijn fractie, voor de motie van Wilders. Het werd door bijna alle andere partijen als een grote tactische blunder gezien. Roemer verloor met deze anti-parlementaire actie veel invloed en goodwill in de Tweede Kamer weg.

Zijlstra en Samsom moesten, als leiders van de coalitiefracties, in het onderhandelingsspel met de coalitie de weg bereiden voor Rutte. De VVD’er slaagde daar beter in dan de PvdA’er. Samsom zei wel op elke vraag van een oppositiepartij dat hij bereid was overal over te praten, maar kon het ook niet laten daar direct aan toe te voegen dat de plannen van de vragensteller eigenlijk slechter waren dan die van de coalitie.

D66-leider Alexander Pechtold vroeg hem drie keer naar de mogelijkheid om de hervorming van het ontslagrecht en de inkorting van de WW-duur eerder in te laten gaan. Drie keer antwoordde Samsom dat dit geen extra bezuiniging opleverde, maar slechts onzekerheid voor werkende mensen, en dat dit daarom onverstandig was.

Met zijn continue tegenwerpingen haalde Samsom zich vooral de ergernis op de hals van CDA-leider Sybrand Buma, die Samsom „drammerig” debatteren verweet. Na een kort technisch debatje over de ‘marginale lastendruk’ liep Buma geïrriteerd weg van de interruptiemicrofoon: „Echt, u zoekt het maar uit.”

In kringen rond Samsom werd Buma’s verontwaardiging afgedaan als een flauw opzetje. Maar feit blijft dat Samsom de oppositie de gelegenheid gaf hem weg te zetten als inflexibele betweter. De PvdA-leider leek enigszins geschrokken van de wrevel die hij veroorzaakte: zijn interrupties later in het debat opende hij consequent met empathische frases als „dat begrijp ik”.

VVD’er Zijlstra gaf inhoudelijk nauwelijks meer toe dan Samsom maar liet het corrigeren van zijn tegenstanders na, wat hem sympathieker deed overkomen. Deels is het verschil karakterologisch: de VVD-fractieleider heeft minder de neiging om andermans ongelijk te bestrijden. Maar zijn positie is ook makkelijker. De eisen inwilligen van CDA, D66 en de ChristenUnie zou het beleid rechtser maken – minder nivellering, minder lastenverzwaring, minder invloed van de vakbonden. Dat zou VVD’er Zijlstra niet slecht uitkomen.

Voor Samsom geldt natuurlijk het omgekeerde. Daarom was het wegvallen van Roemer op zijn linkerflank al voor het debat een grote tegenslag. Het verzwakt de positie van de PvdA in de onderhandelingen die dit najaar volgen.

Gisteren werden zo de eerste stappen zichtbaar in een potje simultaanschaken over de plannen van het kabinet. Niet alleen doen er veel partijen met tegengestelde en elkaar soms uitsluitende wensen aan mee, ze willen allemaal op andere borden schaken. D66 wil het vooral over hervormingen in het sociaal akkoord hebben, het CDA over het totaal aan lastenverzwaringen, de ChristenUnie over de omvang van het aanvullende pakket van 6 miljard bezuinigingen, GroenLinks over het zwaarder belasten van milieuvervuiling en de SGP over de positie van gezinnen.

Van Rutte vroegen oppositiepartijen vandaag regie te nemen, het gezicht te worden van de zoektocht van de coalitie naar politieke steun. Het zou vandaag niet leiden tot concrete resultaten, zo verwachten coalitiepartijen vanochtend. Echte voortgang in het complexe schaakspel kan nauwelijks in de publieke ruimte worden gemaakt. Daarvoor zijn toch weer persoonlijke contacten in achterkamers nodig, zonder journalisten of onwilligen als Wilders erbij. Iets waar Rutte overigens talent voor heeft.