Oorlog is een job voor meisjes

In Syrië en Egypte zijn meer vrouwelijke dan mannelijke journalisten aan het werk

Wees een vent, word oorlogscorrespondent, grapte een collega ooit. Dat was lang geleden, toen journalistiek in risicogebieden nog in grote mate een mannenberoep was.

Vandaag is dat wel anders. Een polemiek over een column van de feministische blogger Jill Filipovic in The Guardian – ‘Kunnen meisjes Syrië wel op een kaart vinden?’ – vestigde vorige week de aandacht op wat de oplettende lezer al lang had kunnen vaststellen: het stikt in Syrië en in het Midden-Oosten in het algemeen juist van de vrouwelijke journalisten. De discussie kwam op gang toen Liz Sly, bureauchef van The Washington Post in Beiroet, op Facebook een link naar het artikel plaatste. „In Beiroet zijn wij duidelijk in de meerderheid,” beaamt Sly. „Ook in Kairo en elders zie ik veel vrouwelijke collega’s.” Na plaatsing van het artikel volgde een lawine van namen van journalistes, en de constatering dat er in en rond Syrië meer vrouwen werken dan mannen.

Sarah Hussein: „Op het AFP-kantoor in Beiroet zijn wij met 4 vrouwen en 2 mannen. Ons bureau in Damascus wordt bemand door 2 vrouwen.”

„In Egypte is 90 procent van de Franse correspondenten vrouw,” zegt Delphine Minoui van Le Figaro. Hoe dat komt, kan zij niet precies uitleggen. „Maar toen ik in 1997 afstudeerde, waren er al meer vrouwen dan mannen.”

Vooral in de Verenigde Staten trekt de journalistiek in het algemeen nu vooral vrouwen: meer dan 70 procent van de afgestudeerden journalistiek is vrouw. In Frankrijk is dat iets meer dan vijftig procent. Onder Nederlandse correspondenten in de regio is het ongeveer 50/50.

Vrouwen blijven wel ondervertegenwoordigd op de redacties, met gemiddeld 40 procent in Frankrijk en de VS. Voor Liz Sly, die al enkele decennia meedraait, is de trend zo’n tien jaar oud. „In Bagdad viel mij voor het eerst op met hoeveel wij wel zijn. Ik herinner mij dat we met collega’s samen zaten en dat er één man bij was. Ik heb voor de grap gezegd: ‘Wat doe jij hier? Weet jij niet dat dit een job is voor meisjes?’”

Natuurlijk zijn de vrouwen er altijd geweest. Martha Gelhorn in de Spaanse Burgeroorlog, Margaret Bourke-White in de Tweede Wereldoorlog, Oriana Fallaci in Vietnam, Christiane Amanpour en Janine di Giovanni in Sarajevo. Maar ze waren zeldzaam genoeg om op te vallen.

Di Giovanni herinnert zich vooral hoe gemeen vrouwen toen waren voor elkaar. „Tegenwoordig is er juist veel solidariteit. Maar toen ik als 21-jarige begon in Gaza, werd ik volledig buitengesloten door de twee andere, oudere vrouwelijke journalisten daar.”

Di Giovanni was een beetje een babe; daar kon ze verder niks aan doen. „Maar ik heb al heel snel geleerd dat ik mijn vrouwelijkheid moest wegstoppen. Je moest je echt als een vent gedragen om erbij te horen. In Sarajevo heb ik ooit al mijn haar afgeknipt. Dat is nu anders: oorlogsjournalistiek is glamorous geworden.”

Di Giovanni is een van de rolmodellen die in de jaren negentig de weg openden voor vrouwen in conflictjournalistiek. Andere namen die worden genoemd zijn Lyse Doucet (BBC), Deborah Amos (NPR), Martine Laroche-Joubert (France 2) of Marie Colvin (The Sunday Times), die vorig jaar in Syrië sneuvelde.

Ook in de Arabische wereld zelf zijn vrouwen sterk aanwezig. Dat komt omdat journalistiek, en bij uitbreiding alle menswetenschappen, door veel mannen wordt gezien als een ‘softe’ studierichting. „Arabische vrouwen hebben daar hun voordeel mee gedaan”, zegt Sly. „Journalistiek was een sector waarin zij wel carrière konden maken en dat hebben zij gedaan.”

Sly ziet voor zichzelf alleen voordelen aan het vrouw-zijn. „Wij krijgen makkelijker toegang omdat wij minder snel als een bedreiging worden gezien. Dat geldt zelfs voor de jihadisten, al is het verschil daar marginaal. Maar ik was wel een van de eerste journalisten die toegang kregen tot shariarechtbanken in rebellengebied in Syrië.” Ook in Egypte is vrouw zijn een voordeel, zegt Nina Hubinet van La Croix. „Het geeft je toegang tot de helft van de bevolking die voor mannen toch voor een stuk gesloten blijft.”

De vraag of dat vrouwelijk overwicht invloed heeft op de berichtgeving, ligt gevoelig. Engelstalige journalisten zeggen doorgaans van niet; Franstalige collega’s zeggen van wel. „Onzin”, vindt Di Giovanni. „Ik ken veel mannen die juist heel gevoelig schrijven over burgerslachtoffers, net zoals ik vrouwen ken die keiharde frontlijnjournalistiek brengen.”

„Een goede journalist moet zowel verslag kunnen doen over een strijd als uitleggen wat er met de burgers achter die frontlijn gebeurt”, zegt Rania Abouzeid, een Australisch-Libanese die indruk heeft gemaakt met haar Syrië-verslaggeving voor onder meer Time. „Ik ben geen vrouwelijk oorlogsjournalist. Ik ben gewoon journalist.”

Le Figaro-journaliste Minoui denkt daar anders over. „Ik stel vast dat mijn mannelijke collega’s meer actiegericht zijn. Als de rebellen de hoofdstad hebben ingenomen, gaan zij naar huis. Voor mij wordt het dan juist interessant. Ik denk dat vrouwen meer geïnteresseerd zijn in de lange termijn.”

Men zou bijna gaan denken dat vrouw-zijn alleen maar voordelen heeft. Maar het machismo is nog niet dood, zegt Alice Martins, een jonge Braziliaanse fotografe die veel tijd doorbrengt bij de Syrische rebellen. „Ik werkte eerst samen met collega’s, tot een mannelijke collega daar een probleem van maakte. Hij twijfelde aan mijn vermogen om in gevaarlijke situaties te werken. Hij zei dat hij niet wilde instaan voor mijn veiligheid. Dat heeft mij ertoe aangezet om alleen op stap te gaan, wat mijn werk alleen maar goed heeft gedaan.”

Eén onderwerp blijft taboe: seksueel geweld. „In Egypte ben je altijd op je hoede voor seksuele intimidatie”, zegt Hubinet. „Maar dat is vooral een probleem in mijn dagelijks leven. Als er massabetogingen zijn op het Tahrirplein, neem ik mijn voorzorgen, maar ik ga wel. Het is een groot probleem, maar het verhindert mij niet om mijn werk te doen.” Vrouwen brengen seksueel geweld niet spontaan ter sprake, mogelijk omdat zij bang zijn dat het tegen hen wordt gebruikt. Toen Caroline Sinz van France 3 vorig jaar werd aangerand op het Tahrirplein, deed Reporters zonder Grenzen een oproep aan de redacties om geen vrouwen meer naar Egypte te sturen.

De vrouwelijke Franse journalisten kwamen in verzet, en de organisatie moest terugkrabbelen. Hélène Cami van i-Télé zei bij die gelegenheid: „Wij gaan echt niet opnieuw reportages maken over de uitverkoop!”