NS kiest het spoor terug

De reiziger die de 210 kilometer van Amsterdam naar Brussel per trein wil afleggen kan tegenwoordig drieëneenhalf uur onderweg zijn. Om het einddoel te bereiken moet twee keer worden overgestapt. Bovendien wordt vanaf Roosendaal het laatste deel van het traject tot Brussel per stoptrein afgelegd; een tocht met tussenstops die langs plaatsen als Kalmthout, Kijkuit en Ekeren voert. Welkom in de 21 ste eeuw.

Het drama rond de spoorverbinding Nederland - België lijkt voorlopig nog niet voorbij. Als het aan de Nederlandse Spoorwegen ligt komen er na het echec met de Fyra treinstellen van de Italiaanse bouwer AnsaldoBreda geen nieuwe speciale hogesnelheidstreinen. Treinen die maximaal 200 kilometer per uur halen zijn voldoende, aldus een voorstel van de NS aan het ministerie van Infrastructuur.

Dit is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Vergeleken bij de nu rijdende hindernissentrein kan de reisduur flink worden bekort. Maar met het vliegtuig per spoor zoals de hogesnelheidslijn in de jaren tachtig van de vorige eeuw wel eens werd genoemd en waarmee voorkomen werd dat Nederland zou uitgroeien tot het „Jutland van Europa” (toenmalig minister Neelie Kroes) heeft het jongste plan van de NS bitter weinig te maken.

Het radicaal stoppen met de gebrekkige Fyra leidde dit voorjaar bij de Spoorwegen tot een „heroverweging” van het aanbod voor de internationale treinreiziger. Voor de lijn Amsterdam-Brussel komt een „palet” aan mogelijkheden, variërend van de bestaande hogesnelheidstrein die via Brussel naar Parijs rijdt. Tot aan herinvoering van de in 1957 geïntroduceerde en in 2011 opgeheven Beneluxlijn waarmee vanuit Amsterdam, via Den Haag naar Brussel kan worden gespoord.

Deze laatste optie moet vooral de gemeente Den Haag aanspreken. Sinds vorig jaar december de Fyra over de zeven miljard euro kostende hoge snelheidslijn ging rijden, was de zetel van de Nederlandse regering niet meer rechtstreeks aangesloten op de hoofdstad van Europa. Om die reden begon de gemeente Den Haag een onderzoek naar de exploitatiemogelijkheden van een eigen trein naar Brussel, de zogeheten ‘Lage Landenlijn’. De betrokken wethouder meldde de gemeenteraad twee weken geleden dat het opzetten van een treindienst „een pad vol voetangels en klemmen”, blijkt te zijn. Dat had Den Haag eerder kunnen bedenken.

De voornemens van de NS, die het ministerie nog moet goedkeuren, kunnen de Haagse aspiraties overbodig maken. Nadeel is wel dat de NS zich als monopolist zal blijven gedragen. Tot welke ellende dit leidt, wordt op de lijn Amsterdam-Brussel dagelijks bewezen.