Nederlanders zijn profiteurs geworden op defensiegebied

Rijk Nederland laat zijn defensie aan andere landen over, vindt Julian Lindley-French.

In een ‘Defensienota’ sneed Nederland zo’n 370 miljoen euro in een toch al krap defensiebudget. Tegelijkertijd hield ik in het Letse Riga een toespraak voor NAVO-bevelhebbers tijdens een oefening, om de geloofwaardigheid van het bondgenootschap in de 21e eeuw te beproeven. Mijn boodschap: voor de NAVO was de echte proef dat de brave inwoners van Riga rustig konden slapen. Maar om zo’n proef te doorstaan had de NAVO een 21ste-eeuwse verdediging nodig.

Nog voor ik uitgesproken was, kon ik al voelen dat het Nederlandse besluit het kleed onder mijn voeten vandaan trok. De bezuiniging werd verzacht door de aankondiging dat Nederland ter vervanging van zijn verouderde F-16’s voor zo’n 4,5 miljard euro 37 Joint Strike Fighters (JSF’s) zal kopen. Voor het Royal United Services Institute schreef ik met oud-luchtmachtkolonel Anne Tjepkema het rapport Between the Polder and a Hard Place – over veertien Nederlandse defensiebezuinigingen sinds 1991. Daaruit bleek dat elke bezuiniging werd verzacht met de toezegging om nieuwe legeruitrusting aan te schaffen. Bij een volgende bezuiniging werd die toezegging ingetrokken of afgezwakt. Dat is ook nu weer te verwachten.

Volgens de CIA is Nederland in militaire uitgaven 92e van de wereld op de ranglijst van 173 landen en staat het 15e van de 28 NAVO-leden. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ‘supermacht’ Duitsland op 102 staat, maar de rest bestaat voornamelijk uit kleine visjes als Albanië, België, IJsland en Luxemburg.

De Nederlandse regering verschuilt zich graag achter het alibi van ‘klein landje’. Maar vergelijk de positie van Nederland op de defensieranglijst eens met zijn economische positie en het wordt duidelijk wat voor profiteurs de Nederlanders zijn. Volgens de CIA is Nederland de zesde economie van Europa, 24e van de wereld in energieverbruik en de zevende handelsmacht, volkomen afhankelijk van open zee- en luchtverbindingen die verdedigd moeten worden. De enige manier waarop Nederland nog militair geloofwaardig blijft, is door diepgaande synergie tussen de landmacht, marine en luchtmacht. Deze moeten één strijdmacht worden. Ook moet Den Haag streven naar integratie met andere landen die in eenzelfde positie verkeren zoals België. Dit betekent het einde van de Nederlandse defensiesoevereiniteit.

Zullen de inwoners van Riga rustig kunnen slapen? Nu nog wel, ja, maar niet zo lang meer wanneer landen als Nederland vinden dat hun defensie andermans probleem is.

Julian Lindley-French doceerde aan de Nederlandse Defensie Academie en is verbonden aan het Institute of Statecraft en het Brusselse Europa Analytica.