Iraniërs hoopten op handdruk

Van veel Iraniërs had hun president nog verzoenender mogen zijn tegen Amerika.

De voorpagina van de hervormingsgezinde krant Shargh spreekt boekdelen. Chocoladeletters boven twee foto’s van de Amerikaanse president Barack Obama en zijn Iraanse collega Hassan Rohani geven de teleurstelling over het uitblijven van een historische handdruk weer. „Misschien de volgende keer”, staat er in koeienletters.

Voorafgaand aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties waren er veel geruchten over een ontmoeting tussen Obama en Rohani. Veel Iraniërs waren teleurgesteld dat hun nieuwe president op het laatste moment niet kwam opdagen bij een lunch waar de leider van de Islamitische Republiek voor het eerst sinds de Iraanse Revolutie van 1979 de leider van de ‘Grote Satan’ zou ontmoeten. Waar alle Iraniërs op hopen is dat het Rohani lukt de druk te verminderen van de sancties, die Amerika de afgelopen jaren heeft aangescherpt. Die hebben alles – van melk tot auto’s – drie keer zo duur gemaakt en miljoenen mensen werkloos gemaakt.

Maar, zo zeggen politici en analisten in Teheran, Rohani heeft er goed aan gedaan de lunch en de Amerikaanse president te ontwijken. De stap naar relaties tussen beide landen is pas gezet en dan moet je niet direct je kruit verschieten, zo zeggen velen.

„Eerst willen we iets van de Amerikanen zien”, zegt Hamid-Reza Taraghi, een goed ingewijde conservatief politicus. „Pas daarna kunnen we lachend met elkaar op de foto.”

Rohani zit constant in een spagaat tussen de hardliners, die nog altijd het parlement en de machtige Republikeinse Garde domineren en zeer wantrouwend tegenover de VS staan, en zijn electoraat dat massaal voor betere relaties met het buitenland stemde.

Eenmaal op het podium in New York gaf de Iraanse president dan ook een speech die boven alles bedoeld was om de hardliners in Teheran gerust te stellen dat hij geen gekke dingen ging doen. De steun voor de Palestijnen werd benadrukt, evenals het Iraanse ‘recht’ op een kernenergieprogramma. Iran, zo zei Rohani, zal altijd blijven strijden tegen de „hegemonische krachten” [Amerika], maar is best bereid om op bepaalde vlakken [de nucleaire kwestie en Syrië] samen te werken met zijn tegenstanders.

In Teheran is niet iedereen tevreden over de toespraak van Rohani, maar er is ook begrip voor de charismatische geestelijke. „Natuurlijk kan hij niet te snel gaan”, zegt Mohammad Heydari, een bouwvakker. „Ik ben hoopvol dat hij over een paar maanden een akkoord met Amerika weet te sluiten.”

Tegelijkertijd reageren hardliners zeer tevreden. De hoogste commandant van het leger, Hassan Firouzabadi, prijst de president voor het verdedigen van de „Iraanse revolutionaire waarden”. Ook de toespraak van de Amerikaanse president Obama viel in goede aarde in Teheran. Obama benadrukte dat Iran recht heeft op een kernenergieprogramma. Hij bevestigde ook dat een fatwa van Iran’s opperste leider Ayatollah Ali Khamenei tegen het fabriceren, bezit en gebruik van nucleaire wapens belangrijk is.