Het echte gevaar: een afzijdig Amerika

De obstakels zullen misschien te groot blijken, maar ik ben er vast van overtuigd dat het diplomatieke pad geprobeerd moet worden, zei president Obama gisteren in zijn toespraak tot de Verenigde Naties. Hij doelde daarmee op de mogelijkheid van onderhandelingen met Iran over het omstreden nucleaire programma van dat land. Met het aantreden van de nieuwe, gematigde president Rohani zijn er plotseling tekenen dat Teheran openstaat voor toenadering over deze kwestie.

Obama doet er goed aan de diplomatie een kans te geven. Hetzelfde geldt voor Rohani, die enkele uren later ook de VN toesprak en zei dat hij gelooft dat beide landen tot „een raamwerk” kunnen komen om hun „verschillen aan te pakken”. Daarmee is nog niet gezegd hóe dat zou kunnen. Maar een eerste, noodzakelijke stap is het wel. En een alternatief dat verre te verkiezen valt boven het voortduren van de politieke spanningen, de Iraanse verrijkingsactiviteiten, de sancties tegen Iran en het dreigement dat „alle opties op tafel liggen”. Het is moeilijk voorstelbaar hoe de optie van een militaire interventie tegen de nucleaire installaties van Iran de situatie kan oplossen. Een dramatische verslechtering van de stabiliteit in Iran en de regio is een waarschijnlijker uitkomst.

Iran ontkent nog altijd met kracht dat het een kernwapen wil maken, ook Rohani deed dat gisteren weer. Daar ligt een aanknopingspunt voor een diplomatiek vergelijk. Sceptici en tegenstanders van dit jonge diplomatieke initiatief zijn er genoeg: in de VS en in Iran, want de achterdocht tussen beide landen is groot, zoals Obama zei, maar ook in Israël en bij Irans vijanden aan de Golf. Maar als Iran en de VS hun oren naar die tegenstanders laten hangen, zouden ze een historische kans voorbij laten gaan.

Obama beperkte zich in zijn rede niet tot Iran. In een programmatisch verhaal zette hij enkele grote lijnen uit voor de buitenlandse politiek die hij voor de rest van zijn presidentschap voor ogen heeft. Het was het betoog van een ontnuchterd man, die heeft ervaren hoe moeilijk het ook in de internationale politiek kan zijn om goede voornemens in de praktijk te brengen.

Obama zei dat de oorlogen in Irak en Afghanistan Amerika „zuur verdiende nederigheid” hebben bijgebracht over wat het met militair ingrijpen kan bereiken. Maar hij waarschuwde voor het isolationisme waartoe dat kan leiden. Want het gevaar voor de wereld is niet een Amerika dat zich gretig met andere landen wil bemoeien, zei hij. Het gevaar is een Amerika dat zich na een decennium van oorlogen afwendt en een leiderschapsvacuüm creëert dat geen ander land bereid is op te vullen.

Obama wil dat Amerika bij de wereld betrokken blijft. Dat is een Amerikaans belang. En het is ook een Europees belang.