Geslaagde Surinamefilm opent Film Festival vol tv-films

‘Hoe duur was de suiker’ was gisteren de openingsfilm: goed acteerwerk en fraaie plaatjes.

De etalage staat nog vol, maar de winkel is al leeggehaald. Met die sombere woorden opende directeur Willemien van Aalst gisteravond het 33ste Nederlandse Film Festival in de Stadsschouwburg van Utrecht. Dit ‘kloppende hart’ van de Nederlandse filmindustrie kan bogen op een goede jaaroogst, maar nu Filmfonds en omroepen worden afgeknepen en het Mediafonds is opgeheven, zal volgend jaar schraalhans keukenmeester zijn.

Feit is: de weelde aan televisiefilms, korte films, documentaires en studentenfilms kan niet verhullen dat het aantal grote speelfilms dat in Utrecht in première gaat, gering is: vier. Voor openingsfilm Hoe duur was de suiker hoeft het NFF zich niet te schamen, al werd hij zuinig ontvangen door de filmpers. De film past uitstekend binnen het thema: ‘Naakt’. Dat krijgen we al meteen te zien in dit panorama van de koloniale plantagesamenleving Suriname anno 1747: rijen blote borsten. Het is geen nederranzigheid, maar serieus en functioneel naakt dat direct het contrast op scherp stelt tussen zwarte slaven die zelfs geen schoenen mogen dragen en (joods-)Nederlandse blanken in hun gewatteerde jassen, hoepelrokken en pruiken.

Huisslavin Mini-Mini, halfzusje én lijfslavin van plantageprinses Sarith, is de vertelstem van Hoe duur was de suiker, gebaseerd op de gelijknamige Surinaamse bestseller van Cynthia McLeod. Al speelt nieuwkomer Yootha Wong-Loi-Sing haar innemend, de gedweeë wijze waarop Mini-Mini zich wegcijfert, irriteert soms.

Regisseur Jean van de Velde (Lek, All Stars, Wit Licht) beseft dat hij soms op het randje van vergoelijken van slavernij balanceert; scènes van zweeppartijen, een lugubere slavenmarkt of een arm in de suikerpers compenseren dat wat opzichtig. Zijn film draait om de kille, verwende Sarith, gespeeld door Gaite Jansen in een stuurse stijl die een beetje aan Tilda Swinton doet denken: een hoerige borderliner die met zichtbare wanhoop op een goede partij jaagt nadat ze door haar ware liefde is gedumpt. De trouwe Mini-Mini volgt deze amoureuze strooptochten handenwringend, en wordt er zelf slachtoffer van.

Hoe duur was de suiker vertoont over de hele linie goed acteerwerk en fraaie plaatjes van witte plantagehuizen en suikerrietvelden in magisch avondlicht. De lome cadans van het verhaal werkt beter naarmate de film vordert en we de personages leren kennen. Dit is een film die, in de chique stijl van Britse Merchant-Ivory-films, op een breed canvas een verdwenen koloniale samenleving tot leven wil wekken. Van de Velde slaagt daar redelijk in.