Echt (on-)Nederlandse woesternij

De Nieuwe Wildernis

Licht breekt door de waterspiegel. Onder jubelende muziek ontwaakt het leven. De begeleidende stem kan zijn geluk niet op: de natuur zindert. Zo begint de grote Nederlandse natuurfilm De Nieuwe Wildernis.

Plaats van handeling: de Oostvaardersplassen, in een van de dichtst bevolkte landen domein voor grote grazers, zeearend en ijsvogel, raven, ganzen en vossen. Hier is op beperkte schaal een on-Nederlandse wildernis gecreëerd. Vier seizoenen volgde Ruben Smit en zijn ploeg systematisch het dierenleven, dag en nacht. De mens is afwezig, afgezien van twee eenzame schaatsers. De ongerepte natuur, ongehinderd door mensenhand, heet ‘wildernis’.

Dat is meer dan lieflijke taferelen met bijen en vlinders, veulens en donzige jonge ganzen – wildernis is dood én leven. Sterft een paard of hert, dan levert dat een bron van voedsel voor insecten die eieren leggen in het kadaver. Raven en vossen overleven de winter dankzij een dood hert.

Een kudde konikpaarden die vrijuit door het gebied draaft vervult de dramatische hoofdrol. In het begin ziet een zwart veulen het levenslicht. Dit naamloze dier symboliseert – net iets te nadrukkelijk – de strijd om het bestaan in de wildernis en natuurlijke selectie. In die kudde speelt hiërarchie een beslissende rol. In weergaloze beelden volgt de camera de kudde wanneer die wegrent voor onweer en bliksem. Haar tomeloze kracht roept eerder gebieden over de grens op dan Nederland.

Grootse allure

Dat de makers meer dan twee jaar in het gebied verbleven, werpt zijn vruchten af. Dankzij toewijding, kennis van de natuur en vakmanschap kan de film zijn grootse allure krijgen. Maar dit loflied op de wildernis moet ook schaduwkanten tonen, en die laat de regie listig achterwege. De discussie over het winterse verhongeren van deze massa grote grazers komt niet aan bod, evenmin als afschot of juist het bijvoeren. Ook heeft de biodiversiteit van de Oostvaardersplassen zwaar te lijden onder de begrazing. In werkelijkheid toont het gebied zich kaalgevreten en leeg.

De gevechten tussen de herten en paarden, hoe indringend gefilmd ook, hebben niet alleen met rangorde te maken: het gebied is eenvoudigweg te klein voor zoveel uitbundige wildernis. Die dravende paarden en burlende herten vereisen ruimte.

Dat neemt niet weg dat De Nieuwe Wildernis grote bewondering afdwingt: de wilde natuur is even intiem als ontroerend, even dramatisch als heftig. De film verleidt de kijker ertoe zelf de natuur in te trekken en te leren kijken; dat is misschien de werkelijke betekenis van deze eerste Nederlandse wildernisfilm.