Een diva met een stem als Angela Gheorghiu is een zeldzame attractie

De echte diva is zelfs in de opera een zeldzaamheid geworden, maar de Roemeense Angela Gheorghiu (48) – die begrijpt nog wat sterrendom is.

Drie jurken droeg ze tijdens een eenmalige aria-avond in het Concertgebouw. Haar manier van zwaaien, met kushandjes en vlinderende vingers, is een studie waard. En liefst vier toegiften werden er door de juichende zaal afgedwongen, waaronder een stomend Granada en een juist heel breekbaar Ave Maria uit Otello van Verdi, opgedragen aan de overleden acteur Jeroen Willems met wie ze bij haar laatste komst naar Nederland (2005) zong.

Hoe soms lachwekkend zwaar Gheorghiu haar sterrenstatus ook aanzet: vocaal maakt ze haar grootheid volledig waar. Haar sopraan is er een om tegen te leunen en je aan te warmen. Een timbre zonder scherpe kantjes, romig in alle registers en met (in de beroemde aria uit La Wally van Catalani) een topregister dat zich laserachtig tot in de kleinste hoekjes van de zaal boorde.

Gheorghiu kwam met een diffuus programma, dat vooral in de onbekendere stukjes Massenet ook verraste. Jammer alleen dat ze koos voor dirigent Ramon Tebar, die de samenwerking tussen haar stem en Gelders Orkest vastnagelde aan de grond door zijn eigen ideeën over tempo te laten prevaleren. De orkestrale intermezzi onder zijn leiding: om heel snel te vergeten. Wat dan rest is de herinnering aan Gheorghiu en haar stem uit duizenden, die in een aria als O mio babbino caro de hele zaal betoverde. Zelden zo veel gelukzalige gezichten gezien.