Dromen over levensechte FIFA-voetballertjes

De opwinding onder gamers is elk jaar rond deze tijd voelbaar Het is de tijd waarin de twee grootste voetbalspellen verschijnen Voor Rutger Lemm kunnen ze niet realistisch genoeg zijn

De opwinding onder gamers is eind september altijd weer voelbaar. Terwijl de bal overal in Europa al ruim een maand rolt, gaat nu ook op de spelcomputers het nieuwe voetbalseizoen van start. Vorige week vrijdag kwam PES 14 (Pro Evolution Soccer) uit en deze vrijdag komt FIFA 14 op de markt. De fans van het tactische spel Football Manager moeten nog tot eind oktober op het nieuwste deel wachten.

Vanaf het eerste moment dat ik met de combinatie spelcomputer en voetbal te maken kreeg – in een arcadehal van een Franse camping, waar ik geestdriftig de francs van mijn vader in de enorme kast duwde – was ik verslaafd. Het was 1994, ik was negen jaar oud. Als het geld op was en Italië in de laatste minuut toch de 1-2 achter Ed de Goey tikte, voelde ik me verschrikkelijk. Als ik na het eten het zakcentje van mijn vader kreeg, maakte een grote opwinding zich weer van mij meester. Zoals elk jongetje wilde ik profvoetballer worden, en droomde ik vaak dat ik met Jari Litmanen over straat liep hoog te houden. Het voetbalspelletje was een manier om verder te dromen terwijl ik wakker was.

Maar wij hadden geen spelcomputer en mochten slechts demo’s op de PC van mijn vader spelen, waardoor ik afhankelijk was van vriendjes. We weten allemaal dat kinderen keiharde opportunisten zijn, die hele vriendschappen baseren op een stuk speelgoed, of een computerspel. Zo ging ik in groep zeven een week lang elke dag op bezoek bij Bart, een jongen die weinig vrienden had omdat het gerucht ging dat hij nooit zijn handen waste na het plassen. Het rook vreemd in zijn huis, en zijn moeder bracht ons zoveel limonade dat ik een beetje misselijk werd. Hun computer stond in de keuken, en terwijl zijn moeder een paar meter naast ons het avondmaal bereidde, speelden wij het fantastische FIFA 98: Road To World Cup. Zodra het spel werd opgestart, vergat ik al mijn afkeer van Bart en zijn leven, en dacht maar aan één ding: spelen.

De neus van Sneijder

Toen we dan eindelijk voor Kerst een Playstation kregen, werden mijn broertje en ik meteen voor een lastige keuze gesteld: FIFA of PES. Eerstgenoemde bezat de officiële licentie voor het gebruik van spelersnamen, maar de concurrent van het Japanse Konami had een realistischere gameplay. Dat gaf voor ons de doorslag, want als wij iets wilden, dan was het wel dat het ‘echt’ voelde. Het maakte ons niet uit dat Bergkamp ‘Bemkap ’ heette en Ronald de Boer ‘Ron da Buuni’; de manier waarop de spelers bewogen gaf ons het gevoel dat we naar een wedstrijd op TV keken, terwijl wij de controllers in handen hadden.

Ik groeide op met voetbalspelletjes. Zo kwam ik tijdens een potje PES voor het eerst met racisme in aanraking. Op een middag speelden we met Nigeria tegen Engeland. Onze schoonmaakster kwam binnen en keek over onze schouders mee. Toen zei ze goedkeurend met haar platte Amsterdamse accent: „Laat ze maar rennen, die apie’s.” Wij werden overmand door een onbekende emotie die ik nu herken als postkoloniale schaamte. Zodra ze de kamer verliet, zetten we verward de Playstation uit.

Voetbalspelletjes vormen ook een goede introductie op het kapitalisme. Je moest elk jaar opnieuw het spel kopen, terwijl er niet heel veel aan veranderde. Net als bij een nieuwe iPhone werd er precies genoeg verbeterd om onze honger op te wekken, en we wilden natuurlijk ook dat alle spelers die dat jaar van club waren gewisseld, in de juiste teams speelden. Dat laatste probeerden we sowieso gedurende het seizoen bij te houden door het spel zelf aan te passen in de edit mode. Hier kon je ook nieuwe spelers toevoegen. Als digitale Rembrandts sleutelden we aan de gezichten van nieuwe talenten. „Lijkt deze neus op die van Sneijder?” Het moest echt voelen, we wilden zo dicht mogelijk bij onze droom komen. Een keer speelde ik PES bij een vriend die zichzelf had gemaakt en in het Nederlands Elftal had gezet. Maar hij was hierbij té eerlijk te werk gegaan: over de rechterflank sjokte een dikke, matige voetballer.

Zweterige kamer

Tijdens mijn studententijd ontdekte ik dat je voor het echte realisme bij Football Manager (FM) moest zijn. Met FIFA of PES leer je al de trucs van het spel zo goed kennen dat het alleen nog maar een uitdaging is om met China het WK te winnen (het lukte uiteindelijk). Maar in FM word je als trainer aangesproken op je denkvermogen, een kwaliteit die je niet alleen in het spel bezit. Ik ben inmiddels 28, en mijn kans op een carrière als profvoetballer is miniem geworden. Maar ik kan altijd nog trainer worden. Onlangs heb ik het spel samen met een vriend herontdekt. We begonnen uit nostalgie een potje en al snel konden we niet meer stoppen. We zegden afspraken met onze vriendinnen af om samen in een zweterige kamer naar een scherm te staren en met muisklikken talloze beslissingen te maken.

In FM moet je contracten verlengen, met spelers in gesprek gaan, aankopen doen, de opstelling maken en tijdens de wedstrijd aanwijzingen roepen. De creatie van Sports Interactive is zo intelligent dat het spel bijna niet van het leven te onderscheiden valt. Je beperkte macht als toekijkende coach maakt wedstrijden bloedstollend spannend. De makers hebben van een beroep een hobby gemaakt. FM is net zo ontspannend als mijn echte werk: soms kom ik na een potje zo gestrest thuis dat ik echt even moet bijkomen.

Wanneer het spel opstart, voel ik dezelfde opwinding als toen ik tien was. Ik heb een soort alternatief universum gecreëerd: als ik nu met vrienden over voetbal praat, maken we onderscheid tussen ‘onze’ Eriksen en ‘de echte’ Eriksen. Tijdens stille momenten in mijn huis dwalen mijn gedachten af naar ‘ons’ team, waarmee we nu aan het seizoen 2014-2015 gaan beginnen (Nederland strandde in de kwartfinale van het WK, helaas).

Het FM-universum is zelfs zo geraffineerd, dat voetbalclub Everton in 2008 een deal met Sports Interactive sloot om de database van 370.000 spelers en stafleden te gebruiken voor hun scouting. Vorig jaar werd in Azerbeidzjan een student tot manager van het tweede elftal van topclub FC Baku benoemd, vanwege zijn successen in FM. Zo komen de virtuele en de echte wereld verrassend dicht bij elkaar.

Dit jaar is de strijd tussen de games spannender dan ooit. De underdog PES verbaasde een decennium geleden door het ‘officiële’ FIFA bijna van de markt te verdringen, maar laatstgenoemde heeft de afgelopen vijf jaar een overtuigende comeback gemaakt. Vorig jaar werd FIFA zelfs vijfentwintig keer meer verkocht dan PES. Dit jaar schijnen beide spellen weer aan elkaar gewaagd te zijn. De gameplay wordt nóg levensechter, met stevige duels en fraaie heupbewegingen.

Al deze ontwikkelingen deden een columnist in The Guardian zich afvragen of voetbalgames niet te realistisch zijn geworden, waardoor het plezier is verdwenen. Maar mij kan het niet realistisch genoeg zijn.