Doe iets! Loop weg! Verzet je!

Regisseur Jean van de Velde maakte een drama over de slavernij en brengt de koloniale samenleving tot leven Mensen dragen kleding, slaven dragen lappen

Yootha Wong-Loi-Sing als slavin Mini-Mini (links) met Gaite Jansen als de kille, verwende Sarith in het drama Hoe duur was de suiker .

Filmrecensent

Naakt, dat is dit jaar het thema van het Nederlands Film Festival (NFF) in Utrecht. En naakt krijgen we. In Hoe duur was de suiker, de openingsfilm die deze week in roulatie gaat, komt een rij pronte borsten prominent in beeld. Functioneel naakt: het contrast tussen slaven die zelfs geen schoenen mogen dragen en (joods)-Nederlandse blanken in hun gewatteerde jassen, hoepelrokken en pruiken maakt de verhouding meteen helder.

Mensen dragen kleren, slaven dragen lappen. En het eerste wat de slavenhaler doet als hij de tot bijvrouw van een blanke gepromoveerde huisslavin Mini-Mini in handen krijgt, is haar jurk kapot scheuren. Dit is vee; bezit dat altijd de kloof met het baasje moet voelen.

Huisslavin Mini-Mini, halfzusje van het plantageprinsesje Sarith, is de vertelstem van Hoe duur is de suiker, dat ons net als de gelijknamige bestseller van Cynthia McLeod een panoramische blik op de Surinaamse plantagewereld medio achttiende eeuw wil gunnen. De gedweeë wijze waarop Mini-Mini zich wegcijfert irriteert vaak een beetje, al speelt nieuwkomer Yootha Wong-Loi-Sing haar innemend. Net als bij de klonen die opgroeien om vrijwillig hun organen te doneren in sciencefictionfilm Never Let Me Go wil je roepen: ‘Doe iets! Loop weg! Verzet je!’ Maar wie opgroeide in de ideologie van zelfontplooiing heeft makkelijk praten: regisseur Jean van de Velde heeft waarschijnlijk gelijk dat de meeste mensen zich aanpassen.

Van de Velde (Lek, All Stars, Wit Licht) balanceert in Hoe duur was de suiker soms op het randje van vergoelijken van slavernij; scènes van zweeppartijen, een lugubere slavenmarkt of een arm in de suikerpers compenseren dat iets te opzichtig.

Zijn film draait om de kille, verwende Sarith, meer een wanklank dan een weerspiegeling van de excessen van de plantersmentaliteit. Gaite Jansen speelt haar in een stuurse stijl die een beetje aan Tilda Swinton doet denken: een hoerige borderliner die met al te zichtbare wanhoop op een goede partij jaagt nadat haar ware liefde haar uit berekening heeft gedumpt. De trouwe Mini-Mini volgt deze amoureuze strooptochten handenwringend en wordt er zelf het slachtoffer van.

Hoe duur was de suiker vertoont over de hele linie goed acteerwerk en fraaie plaatjes van witte plantagehuizen en suikerrietvelden in magisch avondlicht. De lome cadans van het verhaal werkt beter naarmate de film vordert en we de personages leren kennen. Dit is een film die, in de chique stijl van Britse Merchant-Ivory-films, op een breed canvas een verdwenen koloniale samenleving tot leven wil wekken. Van de Velde slaag in die opgave.