‘Dinsdag kwam ik nog met goede moed op kantoor’

Oad is sinds de oprichting in 1924 van de familie Ter Haar. „Het had niet zo hoeven lopen.”

Verbijstering in Holten. Het faillissement van de Oad Groep komt onverwacht. Voor het personeel van de grootste zelfstandige Nederlandse touroperator, voor de vakbond FNV Bondgenoten, voor de Holtenaren.

Hoe heeft het zover kunnen komen met het Overijsselse familiebedrijf? Directeur Julius ter Haar (40), kleinzoon van de oprichter, moest het gisteren uitleggen. „Het had niet zo hoeven lopen”, zegt hij.

Oad heeft veel last gehad van de crisis, volgens Ter Haar. „Mensen geven minder geld uit aan vakanties, ze gaan korter op vakantie, maken minder verre reizen. De omzet liep terug. Tegelijkertijd deed zich in de reisbranche een verschuiving voor naar steeds meer onlineverkoop. We waren bezig om winkels te sluiten die niet renderend waren en hebben oadxl.nl gelanceerd. Maar in februari stond de Rabobank op de stoep. Er was extra kapitaal nodig. Dat was niet op te brengen door de familie. Dus zochten we externe financiers. Afgelopen zondag zijn we met investeerders tot een principeakkoord gekomen. De bank had vrijdag als deadline gesteld. Die keiharde deadline heeft ons in een race tegen de klok gebracht bij het uitwerken van de transactie. Er was een hoop papierwerk te doen; vragen van investeerders die beantwoord moesten worden.”

Waarom dan woensdag een faillissement? Er was nog tijd tot vrijdag.

„Er stonden voor woensdag grote betalingen op de rol, aan leveranciers en salarissen. Als je dan ziet dat je de deadline niet gaat halen, moet je je verantwoordelijkheid nemen. We konden niet anders dan stoppen. Als de bank niet wil... Dit bedrijf heeft nooit problemen gehad. De eerste keer dat dat gebeurt, geeft de bank niet thuis. Dat is uitermate pijnlijk.”

De Rabobank wil niet inhoudelijk reageren. Een woordvoerder laat het bij: „Een faillissement is ook het laatste waar de bank op zit te wachten, maar weet dat er heel wat aan voorafgaat.”

Marktkenners zeggen dat Oad te laat heeft ingezet op internet.

Ter Haar: „We zijn al tien jaar bezig met onlineverkoop. Het is niet zo dat we daar niets mee hebben gedaan. Maar we hebben wel tijd verloren omdat we de technologie niet in huis hadden om het op de juiste manier te doen.”

Ter Haar heeft de medewerkers gevraagd door te werken. En dat doen ze ook. „Er is een enorme betrokkenheid. Wij blijven bereikbaar. We zijn er altijd geweest voor onze klanten, of zich nou een tsunami, een aardbeving of een orkaan voordeed. En ook nu.” De medewerkers hoeven dat niet voor niets te doen. Zij krijgen doorbetaald. Hoe reageert uw familie?

„Voor de familie is het verschrikkelijk. Dit is ons levenswerk. Mijn vader is tot op de dag van vandaag betrokken bij het bedrijf, mijn zus Quirine is ook directeur. In de afgelopen periode hebben we in een vreselijke achtbaan gezeten, bijna onmenselijk. Dinsdagochtend kwam ik nog met goede moed op kantoor. Dinsdagavond stonden de curatoren op de stoep. Die avond ben ik ook bij mijn ouders geweest. Zij leven enorm mee.”

En wat nu? Met de mensen die op vakantie zijn en die hebben geboekt?

„Dat is in handen van de curatoren. Zij overleggen met de Stichting Garantiefonds Reisgelden – hiernaast.” Hij wijst naar de muur van zijn kantoorkamer. „Klanten worden via de website op de hoogte gehouden. Zelf heb ik geen actuele informatie.”

Is er kans op een doorstart?

„Dat woord is al meerdere keren gevallen.”