‘Deze personages zeggen alles tegen elkaar: heel grof, heel plat’

In 2000 schreef Maria Goos haar successtuk Familie. Nu wordt het opnieuw opgevoerd met een geheel nieuwe cast. „De hardste zinnetjes heb ik weggehaald.”

Vlnr.: Anne Lamsvelt, Astrid van Eck, Tijn Docter en Guy Clemens in Familie. foto leo van velzen

Zet een familie vijf dagen bij elkaar in een Zwitsers chalet, en het leidt hoe dan ook tot problemen. De starre verhoudingen, het ingehouden zeer; het komt op die paar vierkante meter allemaal vanzelf aan het licht. Daar heb je geen ingenieuze plotwendingen bij nodig – hoogstens een beetje drank. Dat is nu niet anders dan in 2000, toen Maria Goos Familie schreef, haar eerste toneelstuk voor de grote zaal. Het Toneel Speelt brengt het stuk nu opnieuw, in een nieuwe enscenering en met een nieuwe bezetting. Goos: „Het is veruit mijn hardste stuk, maar eigenlijk ook mijn beste.”

In Cloaca (2002), haar tweede stuk voor de grote zaal dat nationaal en internationaal succes vierde, had ze „heel veel plotvertelling nodig om de boel draaiende te houden”, zegt Goos. Bij Familie hoeft dat niet. „Hier gebeurt nauwelijks iets, het gaat alleen maar om dat gezin, en toch heb je het gevoel dat het almaar door dendert.”

‘Dat gezin’, dat is de familie Tegenkamp: moeder Els die stervende is, vader Jan, hun volwassen kinderen Bibi en Nico, en hun partners, Von en Sandra. Op de valreep roept moeder het hele gezin nog eenmaal bij elkaar in het Zwitsers chalet. Maar een fijne herinnering wordt het niet. Daarvoor, zegt dochter Bibi droog, moet je wel eerst samen iets moois meemaken.

Destijds werkte Goos nauw samen met de overleden regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen. Nu voert Aat Ceelen de regie. Hij vroeg haar het stuk op bepaalde punten te herschrijven. Goos: „Na Pleidooi en Oud Geld had mijn grote zaaldebuut nog iets televisieachtig fragmentarisch. Ik had er een voice-over in, en een epiloog; dat is verdwenen. Het speelde zich af op verschillende locaties; dat maakte het heel rommelig. Aat wilde er een klassiek stuk van maken, dat zich enkel afspeelt in de woonkamer van dat chalet. Dat sprak mij aan: die benauwdheid van het tot elkaar veroordeeld zijn.”

Maar herschrijven had meer consequenties dan ze aanvankelijk dacht: er moest een compleet nieuwe mise-en-scène worden bedacht. Het verstikkende, vurenhouten huisje vult in de nieuwe versie het hele podium. Niemand kan ontsnappen. Bij Goos leidt herschrijven ook tot schrappen „Ik ken het zo goed. Sommige uitweidingen leken mij nu veel te uitleggerig. Dacht ik: dat begrijpt het publiek toch al lang? Maar volgens Catherine ten Bruggencate, die Els speelt en de oerversie ook had gezien, werden de personages minder gelaagd. Ik ben slordig met mijn teksten, haal er graag iets uit om iets nieuws toe te voegen. Dat is niet altijd een verbetering.”

De cast, toen bestaande uit onder meer Petra Laseur, Bram van der Vlugt en Peter Blok, is helemaal vernieuwd met naast Ten Burggencate nu Joop Keesmaat, Anne Lamsvelt, Guy Clemens, Astrid van Eck en Tijn Docter. Goos vindt het moeilijk vergelijken. „Ik denk met veel heimwee terug aan die tijd. Aan Willem, aan de omstandigheden destijds in de theatersector. In de vergelijking valt vooral de afkalving op. Maar het is verbluffend wat er met dit krappe budget nog kan. En het ontroert me dat er bij een try-out in Oss toch 300 mensen in de zaal zitten. Er zijn al 20.000 kaartjes verkocht, dat dan weer wel.”

Een groot verschil is in elk geval de regiestijl van Aat Ceelen. „Aat is een echte mise-en-scèneregisseur. De setting vertelt voor hem het verhaal; niet de psychologie. Hij vertrouwt erop dat de acteurs die zelf inbrengen. Dat is spannend, want het is onontbeerlijk voor dit stuk. Deze personages zeggen alles tegen elkaar: heel grof, heel hard. Na Oud Geld, waar juist alles werd ingehouden, had ik daar zin in. Maar onder die grove teksten moet je als acteur het verdriet spelen. Je moet het ongezegde laten zien. Als je alleen de bovenste laag speelt, wordt het plat.”

De confrontatie met haar eigen tekst van toen veroorzaakte zo nu en dan een schok. „Sindsdien heb ik nooit meer zo’n hard stuk gemaakt. Nu, bij de revisie, heb ik hier en daar een snoeihard zinnetje weggehaald. Ik wil dat het accent minder op de hardheid komt te liggen, en meer op de tragiek; op de onmogelijkheid tot goed contact met je familie, het onvermogen.”

Werd aan de ene kant ingrijpend vernieuwd; aan de andere kant kozen Goos en Ceelen ervoor het stuk niet te actualiseren. Dat wil zeggen: ook deze versie speelt zich in 2000 af; er is nog sprake van guldens, en de volwassen kinderen hebben te lijden gehad onder een zelfzuchtige hippiemoeder. Goos: „De situatie is weliswaar specifiek voor die tijd, maar het thema is universeel. Dat een kind enorm kan lijden onder een moeder die er om wat voor reden dan ook niet is, is van alle tijden.”

Familie van Maria Goos door Het Toneel Speelt. Première 26/9, Stadsschouwburg Amsterdam. Inl: hettoneelspeelt.nl