De Das

Bibi Dumon Tak (tekst) en Fleur van der Weel storten zich op nachtdieren, na de gewone dieren in Bibi’s doodgewone dierenboek.

We kennen hem van horen zeggen. We weten allemaal dat hij bestaat, dat hij rondstruint in onze bossen: de das, die goedaardige lobbes, dat graafmachientje dat geen kleur nodig heeft.

Als de dag gaat slapen, wordt de das wakker. Niet alleen, maar samen met zijn hele familie. Hij rekt zich uit, bijt wat in zijn vacht en steekt daarna direct zijn neus in de lucht.

Zijn neus in de lucht? Waarom?

Dassen wonen in een groot ondergronds familiekasteel. Een burcht met lange gangen, verschillende voor- en achterdeuren, en kamers op meerdere verdiepingen. Om te weten of er geen indringers zijn binnengeslopen gebruikt de das zijn neus. Aan ogen heeft hij in al die ondergrondsheid niet zoveel.

Hij ruikt of de kust veilig is. Niet alleen ín de burcht maar ook daarbuiten. Dassen hebben namelijk een wifiverbinding met het bos. In het plafond hebben ze een systeem gemaakt van gaten. Door die gaten komt verse lucht naar binnen en met die verse lucht de geuren vanuit de wijde omgeving.

Is er een jager in de buurt? Ligt er een hond bij een van de uitgangen? Een wolf? De das ruikt het allemaal.

Voordat de familie naar buiten gaat drukken ze zich nog even tegen elkaar aan zodat ze goed weten: wij horen bij elkaar! Mocht er in het donker een vreemde das aan komen zetten dan ruiken ze al van verre dat die er niet bij hoort. De wifi werkt niet alleen in huis, maar ook daarbuiten. Een zendmast is niet nodig, wel een vleugje wind.