Column

Burgerzaken

Twee weken geleden ben ik mijn portemonnee verloren. Er zat niet zoveel in, en ik zag vooral op tegen al het geregel, het gebel. Zeker m'n rijbewijs ging me een hoop administratie kosten. Ik had net m’n bank- en creditpasjes geblokkeerd, en nieuwe zorg-, ANWB- en ov-pas aangevraagd, toen ik de portemonnee tot mijn verbijstering terugvond op een onverwachte plek: verlorenofgevonden.nl. ‘Zwarte portemonnee met pasjes op naam van C.J. Weijts.’

Even voelde ik me zoals de man die z’n linkerhandschoen kwijt is, daarom ook maar z’n rechter heeft weggegooid, en dan ineens die linker weer terugvindt. Een vondst die iets pijnlijks heeft. In elk geval zou het gedonder rond mijn rijbewijs me bespaard blijven.

De portemonnee was afgegeven bij het stadsdeelkantoor in mijn eigen straat, dus dat was mazzel. Ik stapte er net voor sluitingstijd binnen (14.00 uur, op een doordeweekse donderdag). De baliemedewerkster zei dat mijn portemonnee zojuist naar ‘het fietsendepot’ was doorgestuurd.

De volgende dag reed ik (zonder rijbewijs) braaf naar dat depot, en wachtte in een Jiskefet-achtig kantoortje waar de medewerkers elkaars lunchtrommels becommentarieerden. Na tien minuten kreeg ik mijn portemonnee. Ik zag onmiddellijk dat mijn rijbewijs weg was. In het vakje zat een papierstrookje: ‘Rijbewijs teruggestuurd naar Burgerzaken.’

„Ja,” zei de baliemevrouw. „Dat is Staatseigendom, dat moeten wij meteen naar het stadhuis sturen. Ze hebben de post net weggebracht.”

Twee dagen later meldde ik me bij Burgerzaken aan het stadhuis. Niks. Noch in de computer, noch in de postvakken. „Dan ligt hij waarschijnlijk nog op de Fruitweg, daar gaan ze namelijk eerst heen. Wacht maar tot u een brief krijgt.”

Een week later had ik die brief nog niet, en probeerde ik het opnieuw bij het stadhuis. Niks. „Door het fietsendepot gestuurd, zegt u? Maar dat mógen ze helemaal niet doen!” „Zelf zeggen ze dat het moet. Staatseigendom.”

„Haal maar een nummertje voor een andere balie, misschien weten die meer.” Dat leek me sterk, maar het bleek wel waar. Bij een balie verderop vertelde een mevrouw: „Die moet eerst langs zeven afdelingen voordat hij hier opduikt. Dan krijgt u een brief.” Hoeveel afdelingen? Ze keek me uitdrukkingsloos aan en herhaalde: „Zeven…” (Opgevangen gesprekje laatst op het Plein in Den Haag: „Hoe was je dag?” „Veel te hard gewerkt, voor een ambtenaar.”)

Veel kan in dit land net een tikje slimmer. Als iemand bij dat stadsdeelkantoor in die portemonnee had gekeken, had hij alles met één telefoontje kunnen regelen. Nu zijn er betaalde krachten van zeven afdelingen mee bezig. En rijd ik al twee weken zonder rijbewijs.