Betrek gevers bij goede doelen

Het dalende vertrouwen van gevers in goede doelen kan het beste worden ondervangen door hen met hun kennis, ervaring en netwerk mee te laten doen. Laat gevers oplossingen aandragen, vindt Tom Doude van Troostwijk

Illustratie Angèl Boligan

Gevers en goede-doelen-organisaties houden elkaar gevangen in wederzijdse verwachtingen en percepties. Met als resultaat een dalend vertrouwen, dalende inkomsten, en dus een dalend vermogen om belangrijke maatschappelijke doelen te realiseren.

Geven is emotie. Vandaar dat de gemoederen de afgelopen weken in beweging kwamen naar aanleiding van de declaraties van de medeoprichter van Alpe d’HuZes en van de voorzitter van het samenwerkingsverband van ideële organisaties SBO en een wervingsmailing van Greenpeace en de informatievoorziening door KWF. En feelings zijn facts.

Ondertussen zorgen diezelfde organisaties dat in Nederland en daarbuiten veel wordt gerealiseerd wat iedereen maatschappelijk nuttig en nodig, zo niet vanzelfsprekend vindt. Werk dat niet (langer) door de overheid wordt gedaan. Werk waarvoor geen commerciële markt is. De waarde ervan bedraagt jaarlijks minimaal tussen de 4 en 5 miljard.

Net zo zeer als iedereen verwacht dát dat werk gebeurt, verwacht men dat het goed en professioneel gebeurt. Terecht! Je moet er toch niet aan denken dat zorg voor kwetsbare kinderen, bestrijding van onrecht of voorkoming van ziekten gedaan wordt door kwakzalvers en weetnieten. Het werven, beheren en verantwoord besteden van geld, vereisen net zo goed vakmanschap, tijd en organisatie. Rationeel bezien zou de gever dus moeten snappen dat diens gift voor een deel ook aan deze activiteiten gespendeerd wordt. Hij zou het zelfs moeten eisen.

Gelukkig hebben erkende ideële organisaties hun organisatie en hun verantwoording op orde. Zij voldoen aan de eisen van het CBF. Er is een code voor goed bestuur, een regeling voor directiesalarissen. Het is veel, het is goed, maar het is niet toereikend. De reden? De gever wil iets terug krijgen voor zijn vanuit emotie gegeven euro: vertrouwen.

Dat vertrouwen daalt gestaag. Dat zou een teken aan de wand moeten zijn. Onder de waterlinie roest het.

Veel maatschappelijke organisaties lijken echter door te gaan op het beproefde spoor. Misschien tegen beter weten in vertrouwt men erop dat de gever wel blijft geven en de vrijwilliger wel blijft komen. Maar dat is allerminst zeker. Met de bereidheid van geven in tijd of geld, is weinig aan de hand. Maar mensen maken zich wel zorgen over de manier waarop, en aan wie.

Maatschappelijke organisaties móeten professioneel zijn, willen ze werkelijk maatschappelijke meerwaarde en impact realiseren. Daarom moeten er professionals werken, die naar redelijke maatstaven moeten worden betaald. Het is onzinnig te denken dat structurele inzet onbezoldigd kan zijn, wellicht een enkele uitzondering daargelaten.

Die toegenomen professionaliteit werpt zijn vruchten af, maar schept tegelijkertijd een groeiende kloof van onbegrip tussen organisaties en gevers. Een kloof met straks mogelijk grote maatschappelijke gevolgen die eigenlijk niemand wil.

Is er een simpele oplossing? Vanzelfsprekend niet. Maar er zijn wel enkele richtingen die de vertrouwensrelatie kunnen verbeteren.

Ten eerste door concrete en tot de verbeelding sprekende resultaten zichtbaar te maken als resultaat van gezamenlijke inzet van organisatie en gevers van geld en tijd. Ten tweede door alle marketing en communicatie steeds vooraf te bezien door de bril van de (potentiële) gever. Als deze ook maar het minste gevoel heeft misbruikt te worden, melkkoe te zijn, of dat beloften worden gebroken – dan is dit voor het vertrouwen en daarmee de relatie dodelijk.

Maar wat ideële organisaties vooral moeten doen is de gever te zien als medemogelijkmaker en hem dus medeverantwoordelijk te maken voor de besteding van geld, de richting van beleid en voor de wijze van werken.

Natuurmonumenten geeft een mooi voorbeeld hoe dat kan. De organisatie vraagt het publiek naar hun opvatting over wildbeheer en belooft daarmee rekening te zullen gaan houden.

Er is echter meer mogelijk dan peiling van de meningen. Bijvoorbeeld het betrekken van gevers bij het zoeken en aandragen van oplossingen, hen vragen hun netwerken in te zetten voor het realiseren van het goede doel, hen de agenda voor de komende jaren mee samen te laten stellen.

Dat is nu nog verre van normaal. Terwijl juist de gever het werk van de maatschappelijke organisatie mogelijk maakt. Het is dan ook niet zo gek dat deze zich niet voldoende serieus genomen voelt, vertrouwen verliest, zich steeds minder verbonden voelt, en zich dan afwendt.

Geef daarom de gever waar hij recht op heeft: een stem, en een mogelijkheid zijn kennis, ervaring en netwerk in te brengen. Kortom: daadwerkelijke betrokkenheid. Voor sommige professionals klinkt dat misschien doodeng, maar het is de enige manier om de verbinding en daarmee het vertrouwen te herstellen.