Bespieden kan niet

Een Nederlands team renoveerde een deel van het VN-gebouw Door een parelgordijn kan niemand naar de wereldleiders loeren De ontwerper moest zich houden aan zeer strenge veiligheidsrestricties

Redacteur Buitenland

Het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York is niet alleen politiek maar ook cultureel gezien een belangrijk gebouw. Dat zegt industrieel ontwerper Hella Jongerius, die deel uitmaakt van het Nederlandse team dat een belangrijk onderdeel van het gebouw heeft gerenoveerd en deels opnieuw vormgegeven: de noordelijke Delegates’ Lounge.

In deze ruimte, vereeuwigd in een fraaie moordscène in Hitchcocks film North by Northwest, treffen diplomaten en politici elkaar voor een kop koffie, een glas, een informeel gesprek, kortom: het diplomatieke handwerk.

Het VN-gebouw, eind jaren veertig ontworpen door een team met coryfeeën als Le Corbusier en Oscar Niemeyer en gebouwd tussen 1950 en 1952, is een architectonische bezienswaardigheid. Maar na jaren intensief gebruik moest het hoognodig gerenoveerd worden, wat nu stap voor stap gebeurt.

Gisteravond werd de gemoderniseerde noordelijke Delegates’ Lounge officieel geopend. Onder meer VN-chef Ban Ki-moon, koningin Máxima en minister Timmermans van Buitenlandse Zaken waren erbij. Nederland heeft het project (van 2,5 miljoen euro) gefinancierd, zoals ook de andere lidstaten een deel van de renovatie voor hun rekening hebben genomen.

„We waren gebonden aan hele strenge veiligheidsrestricties”, vertelt Jongerius. „De ramen moesten bedekt zijn, zodat niemand naar binnen kon kijken, zelfs niet vanuit een helikopter. Maar het uitzicht mocht toch niet verloren gaan.” Jongerius ontwierp daarom een semi-transparant ‘parelgordijn’, zoals ze het noemt, met grote geglazuurde kralen van porselein, geregen aan katoendraad.

Ook voor de meubels die Jongerius ontwierp, golden strenge veiligheidseisen: „Er mochten geen meubels zijn waarachter je je zou kunnen verstoppen, wie binnenkomt moet meteen volledig overzicht over de hele lounge hebben. Hoge stoelen, kastjes of planten waren daarom verboden.”

Jongerius en de andere leden van het team (waaronder het architectenbureau OMA van Rem Koolhaas) wilden het gebouw en de bestaande inrichting zo veel mogelijk respecteren, wat terug te zien is in de zachte kleuren blauw en groen, en ook in sommige typische jaren-vijftigstoelen die na renovatie zijn teruggekeerd. Als Nederlands accent is er ook een Rietveld-stoel aan toegevoegd – „maar wel anderhalf keer zo groot als de oorspronkelijke”, zegt Jongerius, „want we hebben tegenwoordig iets meer spek”.

Compleet nieuw zijn de stoelen met wieltjes die Jongerius ontwierp. „Als je kijkt hoe diplomaten werken, hoe ze informeel vergaderen, dan zie je dat ze steeds opnieuw in kleine groepjes willen praten, in veranderende samenstelling. Met deze stoelen kan je steeds nieuwe configuraties maken.”