Avances van Iran maken Israël zeer nerveus

Volgens Israël is de nieuwe Iraanse president Rohani ‘een wolf in schaapskleren’.

Een Iraanse vrouw loopt langs een muurschildering van de Amerikaanse vlag op het voormalige ambassadegebouw van de VS in Teheran. Foto AFP

Twitteraars sloten deze week weddenschappen af over de rekwisieten die de Israëlische premier Netanyahu dit jaar meeneemt naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. Een jaar geleden zette hij met een rode stift een lijn op een tekening van een bom, compleet met lont, die de Iraanse nucleaire dreiging moest verbeelden. De Israëlische ambassade in Washington fabriceerde dinsdag al een vals LinkedIn-account van de Iraanse president Rohani, waarin hij wordt gepresenteerd als gladjakker, en pro-bom.

Duidelijk is dat Israël er alles aan doet om de aandacht te vestigen op zijn credo: dat Iran stiekem aan kernwapens werkt (hetgeen Teheran ontkent), en dat het Israël bedreigt. De diplomatieke toenadering tussen Washington en Teheran die momenteel plaatsheeft, zint Israël helemaal niet. Niet omdat Israël bezwaar heeft tegen internationale beheersing van Irans nucleaire programma, integendeel, maar omdat Israël Iran niet vertrouwt. En de Verenigde Staten maar in zekere mate.

Het Iraanse charme-offensief – Rohani wenste joden onlangs een goed nieuwjaar en nam de enige joodse parlementariër mee naar New York – maakt Netanyahu behoorlijk nerveus. „Laat u zich niet voor de gek houden door de Iraanse president”, waarschuwde Netanyahu vorige week, nadat hij Rohani direct na diens aantreden in augustus al „een wolf in schaapskleren” had genoemd. Netanyahu vervolgde, snediger: „De Iraniërs zijn aan het spinnen in de media zodat de centrifuges kunnen blijven spinnen”.

Dinsdag gaf Netanyahu zijn staf bij de VN opdracht voor de speech van Rohani weg te lopen, officieel omdat die nooit de Holocaust had erkend. Israëlische spindoctors moeten even hebben geslikt toen de Iraanse president even later tegen de Amerikaanse televisiezender CNN zei dat hij „de misdaad die de nazi’s begingen tegen de joden” veroordeelde. Daarna vonden ze weer een foto van een parade in Teheran met een bordje waarop stond dat Israël niet meer zou moeten bestaan, en kon de Israëlische pr-campagne verdergaan.

Netanyahu zal volgende week dinsdag pas, als laatste spreker, de Algemene Vergadering toespreken. Maar zijn voorstel voor Irans nucleaire programma maakte hij vorige week al openbaar, toen hij eiste dat Iran alle uraniumverrijking stopt, al zijn verrijkte uranium wegdoet en de installaties in Fordow, Natanz en Arak sluit. „Tot dat is gebeurd moet de druk op Iran worden vergroot en niet verkleind”, aldus de Israëlische premier.

Israël vindt dat overleg over Irans atoomprogramma gepaard moet gaan met een geloofwaardige militaire dreiging. Herhaaldelijk hintte Netanyahu dat Israël bereid is in zijn eentje Iran aan te vallen.

Liever werkt Israël natuurlijk samen met zijn belangrijkste bondgenoot. Dus voor hij naar New York reist, gaat Netanyahu maandag langs Washington, voor een ontmoeting met de Amerikaanse president. Daar zouden wel eens harde woorden kunnen vallen. Want Netanyahu vertrouwt niet blind op Obama, die hem recentelijk met zijn aarzelingen over een militaire aanval op Syrië flink teleur heeft gesteld.

Die teleurstelling kwam niet omdat Israël per se wil dat de VS Syrië aanvallen, maar omdat het de Syrische kwestie ziet als een lakmoesproef voor Obama. Doet hij wel wat hij zegt? Israël denkt dat ook Teheran Amerikaanse dreigementen nu minder serieus neemt, nadat duidelijk is gebleken dat het Congres nog huiveriger is over ingrijpen dan de Amerikaanse president.

Netanyahu maakte vorige week een expliciete vergelijking tussen Syrië en Iran. De gebeurtenissen in en rond Syrië van de voorbije weken, zei de premier, bevestigden zijn vermoedens dat een „dwarse staat die massavernietigingswapens ontwikkelt, die waarschijnlijk zal gebruiken”.

Naar verluidt zal hij in zijn speech komende dinsdag ook een vergelijking maken met Noord-Korea, dat in 2005 beloofde zijn kernwapenprogramma te staken, en een jaar later met kernproeven begon.