Zuivere motieven, maar tóch is hij strafbaar vindt justitie

Cel geëist tegen zoon die zijn moeder van 99 hielp te sterven

Wat voor straf verdient iemand die zijn oude moeder volgens haar wens helpt te sterven? Gevangenisstraf, vindt het Openbaar Ministerie (OM). Het eiste gisteren een voorwaardelijke celstraf van drie maanden tegen Albert Heringa (71), die zijn 99-jarige moeder in 2008 dodelijke pillen gaf. Dat hij van het OM niet werkelijk de cel in hoeft, is alleen te danken aan zijn „zuivere motieven” en de lange duur van de rechtszaak.

Hulp bij zelfdoding door familieleden komt regelmatig voor, maar wordt vrijwel nooit vervolgd. Dat doet vermoeden dat justitie het gedoogt, maar het OM spreekt dat tegen. Heringa, die vindt dat wat hij deed legaal zou moeten zijn, lokte samen met de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde een proces uit om justitie uit haar tent te lokken.

Zijn moeder, eigenlijk vanaf jonge leeftijd zijn stiefmoeder, was niet ziek en kwam daarom volgens haar huisarts niet in aanmerking voor euthanasie. Ze was wel ‘klaar met leven’, blijkt uit de documentaire De laatste wens van Moek, in 2010 uitgezonden op televisie. Heringa besloot haar te helpen toen hij merkte dat ze zelf pillen spaarde – hij wilde een mislukte zelfmoordpoging met vreselijke afloop voorkomen. Hij erkent de wet te hebben overtreden maar gehoorzaamde naar eigen zeggen aan „de hogere wetten van barmhartigheid en medemenselijkheid”.

Officier van justitie Kolkman twijfelt niet aan zijn motieven maar laat weten niets anders te kunnen doen dan de wet te volgen. Die stelt hulp bij zelfdoding strafbaar, tenzij gegeven door een arts volgens strikte zorgvuldigheidscriteria. Heringa is geen arts, en daarom in de ogen van justitie per definitie strafbaar. Daar komt bij dat hij volgens justitie niet zorgvuldig gehandeld heeft. Hij benaderde geen tweede huisarts die misschien wel euthanasie zou willen verlenen, overwoog geen alternatieven en liet toe dat zijn moeder 160 pillen slikte zonder toezicht van een arts. Ook meldde hij zich niet bij de politie toen een arts een verklaring van natuurlijke dood afgaf. Pas twee jaar later bracht hij via de media de ware toedracht naar buiten.

Heringa’s advocaat Wim Anker stelt dat de wet achterloopt op de praktijk. Mensen die hun leven voltooid vinden, hebben volgens Anker niets te zoeken bij een arts; het is geen medische maar een existentiële zaak. Ze komen terecht bij maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, familieleden. Die zouden volgens Anker onder strikte voorwaarden ook stervenshulp moeten mogen verlenen.

Het verbod op zelfdoding veroorzaakt volgens hem een ‘conflict van plichten’, ook bij Heringa. Het wettelijke verbod stond tegenover de „morele, maatschappelijke, zorgplicht” om zijn moeder te helpen pijnloos en waardig te sterven. Volgens Anker is Heringa zelfs onder de huidige wet niet strafbaar. Door de hechte band met zijn moeder en het feit dat hij de enige was die haar kon helpen, zou hij niet anders hebben gekund.

De rechters proberen erachter te komen hoe hecht de band tussen moeder en zoon was. Ze vragen Heringa wat de kwestie hem nu eigenlijk deed. Hij zucht hoorbaar en zoekt naar woorden, wat hij verder nauwelijks doet. Hij is, zegt hij, lang gewend geweest emoties te rationaliseren. „Dat neemt niet weg dat mijn gevoelens en betrokkenheid bij mijn moeder intens waren. Zij heeft ongelooflijk veel voor mij betekend toen ik klein was.” Ze ving hem op na het abrupte verlies van zijn eigen moeder, die werd opgepakt omdat ze joodse onderduikers in huis had en stierf in een concentratiekamp. „Ze [zijn stiefmoeder] heeft mij de gelegenheid gegeven te worden wie ik ben. Ik heb altijd de verantwoordelijkheid gevoeld er ook voor haar te zijn in haar laatste fase.”

Volgens het OM had Heringa weerstand kunnen bieden aan de morele druk die uitging van zijn moeders doodswens. Heringa reageert fel. Hij noemt het „onzedelijk” en „immoreel” te eisen dat hij zijn moeder in de steek zou hebben gelaten.

Uitspraak over vier weken.