Wie moet de financiële wereld straks leiden?

Ergens in een kluis op het ministerie van Financiën moet nog een exemplaar liggen van het wetsontwerp voor de nationalisatie, begin 2009, van bank en verzekeraar ING. Op 19 oktober 2008 had de overheid ING al een kapitaalinjectie gegeven van 10 miljard euro. Ongekend. Op 26 januari 2009 volgde een tweede reddingsactie. ING begon tevens aan een grote sanering die op last van de Europese Commissie is geëindigd in ontmanteling van een van de grootste Europese financiële conglomeraten.

Die tweede redding betekende vanzelfsprekend het einde van het gezag van bestuursvoorzitter Michel Tilmant. Wie twee keer gered moet worden is niet langer geloofwaardig, om te beginnen voor de financier met het extra kapitaal. President-commissaris Jan Hommen nam het over. Hij was sinds 2005 commissaris en vanaf 2008 president-commissaris. Over zijn benoeming hoefden de andere commissarissen niet langer dan twee minuten na te denken, zo opgelucht en zeker van hun zaak waren zij.

Hommen toonde persoonlijk leiderschap op het moment dat het ertoe deed. Hij had zonder moeite kunnen redeneren: na een succesvolle carrière als financieel bestuurder bij Alcoa en Philips heb ik wat mooie commissariaten. ‘t Is goed geweest. En passant bewees hij ook de onmisbaarheid van een Nederlandse president-commissaris voor multinationals met basis en klantenkring in Nederland.

Volgende week stopt hij bij ING. Hommen (70) is de eerste van de drie voorzitters uit de kredietcrisis van 2008/2009 die afscheid nemen. In de loop van volgend jaar vertrekt Piet Moerland bij de coöperatieve Rabobank. Gerrit Zalm, die ABN Amro en Fortis Nederland na de nationalisatie ging leiden, wil graag nog aanblijven.

Na de tweede reddingsactie was ING niet in veiligheid. Het dieptepunt volgde in maart 2009, toen de beurskoers in een maand tijd nog eens meer dan halveerde en onder 2 euro verdween (nu: 8,50). Dat moet het signaal zijn geweest voor het schrijven van de nationalisatiewet. Dat ‘voorwerk’ kwam dit jaar jaar van pas om stroppenbank SNS Reaal te nationaliseren. In zijn afscheid van de zakelijke en maatschappelijke relaties van ING afgelopen week prees Hommen zijn opvolger Ralph Hamers vanwege diens kennis, kunde en internationale ervaring. Dat legt de lat meteen nog wat hoger.

Hommen sprak ook de hoop uit dat de mensen van ING en van de hele financiële bedrijfstak afkomen van het imago van „graaiende bankiers en woekerende verzekeraars”.

Wie ben ik om te twijfelen aan de wijsheid van Hommen en van de ING-commissarissen onder leiding van Jeroen van der Veer, voormalige president-directeur van Shell.

Maar toch. Bij zijn aantreden als ING-bestuursvoorzitter in 2009 benadrukte Hommen dat hij geen bankier was, maar een „algemeen manager die de kapitaalspositie en het risicomanagement goed tegen het licht kan houden”. Dat zijn nog steeds de beste kwaliteiten voor de eindverantwoordelijkheid in de financiële wereld. Algemeen bestuurlijke kwaliteiten, bij voorkeur opgedaan in het bedrijfsleven, maar een kundig ex-minister mag ook. Wie bij ABN Amro klaagt dat Zalm geen bankier is, is zelf het probleem, niet Zalm.

Wie niet gepokt en gemazeld is in denken, doen en de inherente cultuur van onmisbaarheid in de financiële wereld kan effectiever de tegenkrachten mobiliseren onder het ‘Stel de klant centraal’-motto. Die zakelijke en mentale omslag in de bedrijfstak is niet voltooid. Verloren vertrouwen niet herwonnen. De financiële wereld is te belangrijk om aan financiële insiders over te laten. De beste tegenkrachten in de top zijn benoemingen van buiten de sector. Ook dat is onmisbare diversiteit.