Wel handreiking, geen handdruk

Van de toespraak bij de VN van de Iraanse president Rohani werd veel verwacht. Echt verzoenend was die niet, de toon was wel wezenlijk anders.

Foto’s ANP

Behoedzaam hebben de leiders van de Verenigde Staten en Iran gisteren in toespraken tot de Verenigde Naties aangestuurd op toenadering en onderhandelingen over het omstreden nucleaire programma van Iran. Al meer dan dertig jaar onderhouden de VS en Iran geen diplomatieke betrekkingen en staan ze uitgesproken vijandig tegenover elkaar.

Tot een gesprek, of zelfs maar een handdruk tussen de twee kwam het niet. Volgens de VS had de nieuwe Iraanse president Rohani een ontmoeting met Obama in de marge van de VN-top afgehouden om binnenlands politieke redenen. Morgen treffen wél de ministers van Buitenlandse Zaken, Kerry en Zarif, elkaar bij een overleg over het nucleaire vraagstuk.

Verzoenend was de toespraak van Rohani niet, maar wel wezenlijk anders dan de aanklachten tegen de VS die zijn voorganger Ahmadinejad bij de VN vaak hield. „We kunnen tot een raamwerk komen om onze verschillen aan te pakken”, zei Rohani over de Verenigde Staten – en gezien de voorgeschiedenis was dat al heel wat.

In zijn toespraak, waar veel van werd verwacht, hield de Iraanse president wel slagen om de arm. Zo stelde hij als voorwaarde dat de VS zich niet laten leiden door „de kortzichtige belangen van oorlogshitsende belangengroepen”. Ook zou ze een duidelijke lijn moeten aanhouden en Iran respect moeten tonen. De economische sancties tegen Iran noemde hij gewelddadig en onmenselijk.

Enkele uren eerder had ook Obama de jaarlijkse openingsbijeenkomst van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toegesproken. De Amerikaanse president verwelkomde eerdere signalen uit Teheran dat Iran uit is op een diplomatieke toenadering om het conflict over het nucleaire programma op te lossen. Obama liep er zelfs op vooruit dat de betrekkingen tussen Iran en de VS op de lange termijn over de hele linie aangehaald kunnen worden.

Als het conflict over Irans nucleaire programma eenmaal is opgelost, zei hij, kunnen de landen op den duur een compleet andere relatie krijgen, „gebaseerd op wederzijdse belangen en wederzijds respect”. Maar ook Obama liep niet hard van stapel. Hij waarschuwde dat de welwillende woorden van Iran wel gevolgd moeten worden door daden. De VS verkiezen de diplomatieke uitweg uit dit probleem, zei Obama, maar voegde daar met enige dreiging aan toe dat Amerika een militaire stok achter de deur heeft: „We zijn vastbesloten te voorkomen dat ze een kernwapen krijgen.”

Israël beziet de voorzichtige Iraans-Amerikaanse toenadering met grote scepsis. Premier Netanyahu, die pas volgende week naar de VN in New York komt, zei dat de wereld zich niet voor de gek moet laten houden door Iran. Hij noemde de rede van Rohani „cynisch en huichelachtig”, omdat de Iraniër pleitte voor de mensenrechten terwijl zijn land „in Syrië op grote schaal deelneemt aan bloedbaden onder onschuldige burgers”. Netanyahu had Israëlische diplomaten bij de VN opgedragen tijdens de toespraak de zaal te verlaten.

Obama liet impliciet blijken bereid te zijn Iran een rol toe te kennen bij het oplossen van de crisis in Syrië. Hij zei „alle landen” te verwelkomen die kunnen helpen een vreedzame oplossing voor de burgeroorlog te bereiken.

Obama zei verder dat het Amerikaans-Russische akkoord over de Syrische gifgassen snel een vervolg moet krijgen in de vorm van een stevige resolutie van de Veiligheidsraad. Die resolutie moet ervoor zorgen dat het regime van president Assad zijn chemische wapens écht opgeeft en dat het gevolgen heeft als het dat niet doet. „Als we het daar niet eens over eens kunnen worden, zal dat laten zien dat de VN niet in staat zijn zelfs maar de meest fundamentele internationale wetten af te dwingen.”

En over de Syrische president Assad, in New York afwezig, zei Obama: „Het is een waandenkbeeld dat Syrië kan terugkeren tot de situatie van voor de oorlog. Het is tijd dat Rusland en Iran ook beseffen dat vasthouden aan Assads leiderschap juist het resultaat zal opleveren waar zij bang voor zijn: een toenemend gewelddadige toestand waarin extremisten kunnen opereren.” Obama mag nu hebben ingezet op de diplomatie, stille diplomatie is het niet.