Volleyballers weer veel te wisselvallig tegen Italië

Nederland verloor in de play-offs met 3-1 van Italië en miste de beoogde plaats in de kwartfinale. De wisselvalligheid van de volleyballers lijkt een structureel probleem te zijn.

Het is de logica van de onlogica. De Nederlandse volleyballers halen vaak een hoog niveau om even zo vaak onverklaarbaar ver terug te vallen. Alles bij elkaar is het steeds niet goed genoeg voor een gevecht om de prijzen. Ook op het EK in Denemarken en Polen haakt Nederland voortijdig af. Gisteren in de Deense stad Aarhus werd in de play-offs de weg naar de kwartfinale versperd door Italië.

Nederland verloor met 3-1, op papier een logische uitslag. Italië is nu eenmaal een betere ploeg, die vorig jaar op de Olympische Spelen nog de bronzen medaille won. Maar in de eerste set speelde Nederland beter dan de Italianen. Met gevarieerd aanvalsspel en stoer verdedigen werden de Italianen klem gezet. En Nederland wist het ook nog af te maken. Het resultaat: een keurige 26-24 overwinning.

Mooi, zou je zeggen, spelers in vorm en vorm geeft vertrouwen. De basis voor een boeiend vervolggevecht lijkt te zijn gelegd. Maar nee hoor. Vanaf de tweede set was het Nederlandse blok plotseling niet meer opgewassen tegen de kanonskogels van de aanvallers Iwan Zaitsjev en Luca Vettori en was het kruit uit de Nederlandse slagarmen verdwenen. Vooral aanvallend zakte Nederland ver weg. De setstanden in de drie verloren sets spraken boekdelen: 25-18, 25-21 en 25-18.

Hoe is die wisselvalligheid te verklaren? Als bondscoach Edwin Benne en de spelers daarop het antwoord al weten, houden ze die voor zichzelf. De coach kon gisteren niet anders dan toegeven dat zijn team bij vlagen was weggespeeld door Italië. Een pijnlijke vaststelling. Maar het is dit jaar een terugkerend probleem dat Nederland niet alleen de uitschakeling op het EK, maar ook plaatsing voor de finale van de World League heeft gekost.

Een verklaring zou kunnen zijn dat de Nederlandse aanvallers het hoge vereiste, internationale niveau niet kunnen vasthouden. De passer-lopers Jeroen Rauwerdink en Jelte Maan zakken te vaak weg, met als gevolg dat de druk op den tegenstander afneemt. Diagonaalspeler Niels Klapwijk kampt met hetzelfde euvel. Hij moest zich in Denemarken te vaak laten vervangen door de jonge Robin Overbeeke. En dat blijft tegen een goede ploeg als Italië niet zonder gevolgen.

Daarnaast is de spelverdeling te wisselvallig. Nimir Abdelaziz is een talent, maar maakt op beslissende momenten nog wel eens verkeerde keuzes. In de laatste groepswedstrijd tegen Slovenië moest good-old Nico Freriks er zondag aan te pas komen om de plek in de play-offs veilig te stellen.

Maar kunnen de huidige internationals beter? Of hebben ze hun top bereikt? Moeilijk te zeggen, omdat het Nederlands team onder aangepaste omstandigheden moet werken. Door gebrek aan geld blijft het doorlopend schipperen en kan geen functioneel programma worden afgewerkt. Sinds sportkoepel NOC*NSF de topsportbijdrage aan het team tot nul heeft teruggedraaid en de bondscoach gedwongen is in deeltijd te werken, moeten zoveel concessies worden gedaan, dat onmogelijk het maximale rendement uit de spelerskwaliteiten kan worden gehaald.