Muziektheater vergroot decoratelier

Het vernieuwde, uitgebreide decoratelier van Het Muziektheater ging gisteren, na 27 jaar sparen voor de renovatie, open.

Zilveren zeemeerminpaarden van piepschuim, gemaakt voor de opera Ercole armante, rijen kostuums en rekwisieten, maquettes en een enorme schildering van Karel Appel op zwart doek, allemaal samen onder een knalrood dak in de Bijlmer.

Gisteren is het gemoderniseerde decoratelier van het Amsterdamse Muziektheater officieel geopend, in aanwezigheid van prominenten als ontwerper en operaliefhebber Marcel Wanders, Joop van den Ende – die zijn carrière begon als timmerman bij De Nederlandse Opera – Els van der Plas, algemeen directeur van Het Muziektheater, en Truze Lodder, voormalig directeur van De Nederlandse Opera.

Het decoratelier is sinds januari vorig jaar voor 6 miljoen euro verbouwd. Het door VMX Architecten ontworpen pand, 15.000 vierkante meter groot, werd in 1985 tegelijk met Het Muziektheater gebouwd. Het budget was destijds minimaal en het plan was om van meet af aan te sparen voor een renovatie. Ook de arbodienst vond aanpassingen hoognodig. AkzoNobel droeg een substantieel deel van de kosten bij, en ontwikkelde de rode verf die het gebouw doet oplichten in de grijze Bijlmer. Ook 1.800 particulieren doneerden samen een ton.

Ondanks de teruglopende subsidie houdt Het Muziektheater het hoofd boven water. Door co-producties met bekende internationale opera- en balletgezelschappen kunnen de voorstellingen groots en meeslepend blijven. Ook het aantal werknemers van het decoratelier (veertig) is hetzelfde gebleven.

Nieuw in het decoratelier is onder meer een 21 meter hoge constructietoren met precies dezelfde afmetingen als het hoofdpodium van Het Muziektheater. Alle decors kunnen nu van tevoren opgebouwd worden, waardoor eventuele mankementen niet pas in het theater ontdekt worden, waar elke minuut op het hoofdtoneel heilig is.

De decors worden niet ontworpen in het atelier, daar worden ze alleen uitgevoerd. Op dit moment werkt iedereen aan het decor voor De speler, Prokofjevs operabewerking van Dostojevski’s gelijknamige roman, die in december in première gaat. Op de constructieafdeling worden de frames gemaakt, een ruimte verderop worden hout en plexiglas bewerkt en in het schilderatelier worden grote lappen rode vloerbedekking nageschilderd en gloednieuwe plafonds ‘oud’ gemaakt.

In het midden van het gebouw is het kostuumarchief. In een stalen kooi hangen achter slot en grendel de pronkstukken, zoals een harnas van 20 kilo uit de opera Norma en jurken van operazangeres Cristina Deutekom. Maar ook de andere kostuums worden zorgvuldig bewaard. De temperatuur in het kostuumarchief is het hele jaar constant. „Dat vindt de kleding fijn”, zegt de beheerder. Om hem heen hangt meer dan honderd jaar opera- en balletgeschiedenis aan meterslange rekken, op de bordjes namen als De Notenkraker, Coppélia, Giselle en Het Zwanenmeer. Het zijn vaak delicate en bewerkelijke kostuums, te kwetsbaar voor de wasmachine. Na een voorstelling worden ze daarom besproeid met een wodka-oplossing.