‘Mijn opvolger moet meer digitale kennis hebben dan ik’

Willem Schoonen stopt na 6,5 jaar als hoofdredacteur van Trouw. „Ik ga lekker tikken.”

Hij vernieuwde de zaterdagkrant. Introduceerde nieuwe bijlagen. En voerde een nieuwe vormgeving in van de nieuwspagina’s en De Verdieping. Maar de volgende stap in de ontwikkeling van dagblad Trouw laat hij graag aan zijn opvolger. Willem Schoonen (55) vertrekt als hoofdredacteur van Trouw. „Ik ben toch wel een ouderwetse krantenman.”

Waarom vertrekt u nu?

„Het is prettig om zelf het tijdstip te kiezen. Na 6,5 jaar is dit een goed moment. Ik heb de krant vernieuwd. De oplage ontwikkelt zich goed. Financieel staan we er goed voor. Het is tijd voor een nieuwe hoofdredacteur.”

Trouw moet nu ook digitaal zijn plek veroveren, zei u gisteren aan uw redactie. Niets voor u?

„Ik ben toch wel een ouderwetse krantenman. Ik heb minder kennis van digitale zaken. Dat is een belangrijke voorwaarde als je op deze plek zit en digitaal stappen wilt zetten. Het is belangrijk een duidelijke feeling te hebben met de abonnees. Met de huidige én met de toekomstige.”

Dus moet iemand anders het doen?

„Ja. Dit is een prestigieuze functie. Er zijn te veel voorbeelden van hoofdredacteuren die niet op tijd zijn vertrokken. Ik heb geregeld gezien dat mensen te lang aan een positie als deze hebben vastgehouden. Ten koste van hun eigen krant.”

Wat gaat u doen?

„Ik ga weer lekker tikken. Dat is het mooie van ons vak. Een hoofdredacteur kan terugtreden in de schoot van de redactie. Het vak is wel veranderd de afgelopen jaren. Het is een clichéverhaal, maar er zijn zoveel taken en functies bijgekomen. Je bent veel meer manager geworden dan hoofdjournalist. Vroeger had elke krant van de Persgroep [Trouw, de Volkskrant, Het Parool, AD] een eigen uitgever. Nu is er een voor de vier titels.”

In 2009 kocht de Persgroep uw krant en de andere PCM-dagbladen. Hoe kijkt u daar nu op terug?

„Met grote voldoening. In 2009 was PCM eigenlijk failliet. We stonden niet áán de rand van de afgrond, we hingen er al overheen. Toen kwam de Persgroep. Het was uit nood geboren. [Persgroep-topman] Van Thillo bleek een echte uitgever, geen financiële aandeelhouder die alleen kijkt naar het rendement. Na de overname ging Trouw door een heel zware reorganisatie. Daarna konden we weer bouwen. Dat is anders dan nu. Wegener en andere uitgeverijen worden puur bestuurd op financiële gronden. Dat gaat ten koste van de journalistiek.”

Zou Trouw nog hebben bestaan zonder de redding van de Persgroep?

„Een heel goede vraag. In 2009 was iedereen in paniek. Binnen het concern, maar ook in Den Haag. Daar heerste toen het sentiment dat de Belgen er vandoor zouden gaan met onze kwaliteitskranten. Achteraf blijkt het omgekeerde. De Persgroep heeft de kwaliteitspers helpen overleven.”

Welk moment was het zwaarst?

„2010 Was een loodzwaar jaar. De reorganisatie... Het was heel moeilijk twintig collega’s te zien vertrekken. Het was nodig hoor, maar het gaf veel pijn. Je snijdt ook een stuk uit het collectief geheugen van de redactie. Daarna is het plezier weer gegroeid.”

Trouw heeft een oplage van 100.000, papier plus digitaal. Levensvatbaar op de lange duur?

„Een krant van deze omvang moet je rendabel kunnen maken. Onze advertentieomzet is heel bescheiden. We moeten het hebben van de abonnementen. In alle eerlijkheid: ik denk niet dat een krant als Trouw twee keer zo groot zou kunnen zijn. Daarvoor zijn wij teveel gericht op een beperkte doelgroep. Wel geldt dat wij het maatschappelijk tij mee hebben. Mensen piekeren over de grote vragen van het leven. Wij hebben altijd geloofd in een sterk geprofileerde krant.”

Leidde dat wel eens tot verhitte discussie met de Persgroep?

„Nee. Die begrijpen dat heel goed. Kranten met een brede formule hebben het moeilijker. Die proberen hun formule ook aan te scherpen.”

Wie gaat u opvolgen? Iemand van binnen de krant?

„Voor het zelfvertrouwen van de redactie is het goed als het iemand van binnen is. Maar wat mij betreft hoeft dat niet per se. De directie gaat op zoek naar een opvolger, samen met de redactie en de Stichting ter bevordering van de christelijke pers. De Stichting is prioriteitsaandeelhouder en heeft een veto. Ik verwacht dat mijn opvolger in januari begint.”