‘Manuscripten hoefden niet gered te worden’

Westerse ngo’s werkten in 2012 mee aan een ‘onnodige’ evacuatie van eeuwenoude manuscripten uit Timboektoe

Handschriften uit Timboektoe: kopie van een levensbeschrijving van Mohammed uit de 12de eeuw (midden), een soera uit de Koran (18de eeuw, links) en een 19de- eeuwse brief (rechts). Uit de catalogus ‘Timbuktu Script and Scholarship’

In juni 2012 kwam in het diepste geheim de evacuatie op gang van duizenden Arabische manuscripten uit Timboektoe, een oude woestijnstad in het noorden van Mali. Koffers van blik, gevuld met handschriften, werden per ezelkarren, gammele autobussen en rivierboten afgevoerd naar het zuiden, richting Bamako, de hoofdstad van Mali. Met twee koffers tegelijk, om niet de aandacht te trekken van de jihadistische rebellen die de stad hadden bezet en die, dacht men, de manuscripten wilden vernietigen. De operatie werd gefinancierd door buitenlandse ngo’s, zoals het Nederlandse Prins Clausfonds, en westerse ambassades in Bamako.

De unieke handschriften van Timboektoe – theologische traktaten, religieuze poëzie, historische kronieken en juridische verhandelingen – zijn tussen de 13de en de 20ste eeuw vervaardigd en verzameld in de droge Sahel. Na een tocht vol gevaren – ezelkarren kunnen omvallen, rivierboten kapseizen – liggen ze nu opgeslagen in het vochtig-tropische Bamako. De ramen van de provisorische bewaarplaatsen zijn dichtgemetseld om zonlicht te weren. Al met al een zeer riskante operatie, die volgens een vooraanstaand Timboektoe-expert niet nodig was geweest.

De Zuid-Afrikaanse arabist en historicus Shamil Jeppie, verbonden aan de Universiteit van Kaapstad, is een week te gast bij de Universiteit Leiden. Jeppie leidt sinds 2002 het Timbuktu Manuscripts Project voor conservering en bestudering van de handschriften van de Sahelstad, die hij vaak heeft bezocht en waar hij veel mensen kent.

Timboektoe werd in maart 2012 bezet door een rebellenleger van Toeareg en islamisten. De Toeareg, die onafhankelijkheid wilden voor het noorden van Mali, raakten slaags met hun bondgenoten, de Ansar ad-Dine (‘Verdedigers van het Geloof’), die van heel Mali een islamitische staat wilden maken. „Deze jihadisten”, vertelt Jeppie, „kregen de overhand en onderwierpen Timboektoe aan een strikte versie van de shari’a. Tot ontzetting van de plaatselijke bevolking verwoestten ze grafmonumenten van soefi, islamitische mystici, die in Timboektoe als heiligen worden vereerd.” De Ansar ad-Dine zien graf- en heiligenverering als veelgoderij. Dit vandalisme deed het ergste vrezen voor de trots van Timboektoe: de vele handschriften in openbare en particuliere collecties van de stad.

Jeppie: „De rebellen verbraken de telefoonverbinding per landlijn, maar waren aangewezen op gsm-verkeer dat ze dus ongemoeid lieten. De directeur van de openbare manuscriptencollectie, het Ahmad Baba Instituut, en de beheerders van grote familiecollecties, zoals Abdel Kader Haidara, stonden in voortdurend contact met westerse ambassade in Bamako. In juni 2012 besloten zij hun verzamelingen te evacueren. Dat hadden ze nooit kunnen doen zonder hulp van buiten, want wat er voor nodig was – mobiele telefoons, metalen koffers, bus- en boottickets – was kostbaar.”

Volgens Jeppie hebben westerse geldschieters een grote rol gespeeld bij het evacuatiebesluit, maar handelden zij op basis van onvolledige en onjuiste informatie. „Wij konden vanuit Kaapstad één keer per dag rechtstreeks communiceren met Timboektoe. Onze bronnen zeiden ‘maak je geen zorgen’. De leden van Ansar ad-Dine, meest werkloze jongeren, zijn nauwelijks geletterd en kunnen al helemaal niet wijs uit oude handschriften. Ze hadden geen idee dat de collecties van Timboektoe veel mystieke soefi-teksten bevatten. Ze hebben ook nooit naar manuscripten gezocht.”

„Intussen”, vertelt Jeppie, „konden stadsbewoners vrij in- en uitreizen en bleven er bussen rijden. Toen op de markt van Timboektoe grote aantallen blikken koffers werden gekocht en de Ansar ad-Dine informeerden waar die voor waren, kregen ze te horen: voor vervoer van Korans. Daar namen ze kennelijk genoegen mee. De berichten dat de manuscripten in gevaar waren, zijn in omloop gebracht door krachten in en buiten Mali die aanstuurden op een militaire interventie.”

Het grootste deel van de handschriftcollecties bevindt zich intussen in Bamako. Nu de rebellen door Franse militairen zijn verdreven moeten die terug, vindt Jeppie. Maar: „Als Mali voor Timboektoe de status van Werelderfgoed wil behouden, moet het er beter voor zorgen. De politieke elite in Bamako heeft zich nooit echt bekommerd om het noorden en zijn geschreven tradities. Die zag in Timboektoe louter een welkome bron van buitenlands geld.”

Jeppie ziet intussen nieuwe gevaren opdoemen. „De beheerders van de collecties in Timboektoe zijn zich inmiddels bewust van de marktwaarde van de handschriften. Zij hebben gemerkt hoeveel westerse partijen er voor over hebben. En niet alleen overheden en universiteiten, die ze willen conserveren en bestuderen. Ook commerciële partijen, die het Arabische schrift niet beheersen, maar de fraaie kalligrafieën willen kopiëren en verwerken in tassen- en kledingontwerpen.”