Kenia is één in tijd van crisis

Een enkeling steunt Al Shabaab, maar de meeste Kenianen veroordelen de terreuraanval

Nabestaanden van slachtoffers van de terreuractie in het winkelcentrum Westgate, gisteren bij het verlaten van het mortuarium in Nairobi waar ze hun geliefden hebben geïdentificeerd. Foto AP

Mama Helen verborg zichzelf afgelopen nacht direct onder haar bed toen korte tijd de stroom uitviel. „Ik ben zo gespannen sinds de aanval op Westgate”, vertelt ze in een sloppenwijk van Nairobi. „Als de politie de rijken in een duur winkelcentrum al niet kan beschermen, hoe moet het dan met ons armen”. Ze is sinds zaterdag haar deur niet meer uitgeweest.

Enkele modderstraten verder in de nabijgelegen arme wijk Majengo zegt een Keniaan die zijn naam niet wil noemen, heel erg tevreden te zijn met de aanslag. „De gijzelhouders zijn goede moslims en ze doen het voor ons geloof”. Zelf bekeerde hij zich twee jaar geleden tot de islam. Hij zegt korte tijd in Somalië te zijn geweest voor training bij Al Shabaab. Majengo is de wijk waar tot twee jaar geleden vrij openlijk jongeren werden geronseld voor de terreurorganisatie.

Anthony haalt zijn schouders op als hij op de televisie een minister ziet verklaren dat de gijzelhouders uit alle delen van de wereld komen. „Waarom geeft Kenia altijd de schuld aan het buitenland? Hoe komt het dat al die buitenlanders over Keniaans grondgebied naar Al Shabaab in Somalië konden reizen? Omdat ze politieagenten omkochten, omdat Kenia geen efficiënt veiligheidsapparaat heeft.”

Na iedere aanslag in Kenia door Al Shabaab verscherpten particuliere bewakingsdiensten hun toezicht bij winkelcentra en hotels. Maar enkele weken later konden klanten doorgaans weer ongehinderd binnentreden, zonder te worden gefouilleerd.

Op het televisiebeeld achter de nieuwslezer wappert trots de Keniaanse vlag met de leuze ‘We are one’. De aanslag op het winkelcentrum Westgate heeft in Kenia tot een gevoel van eenheid geleid. Tot vorige week hevig ruziënde politici trekken nu eensgezind op. President Uhuru Kenyatta en oppositieleider Raila Odinga, twee politieke aartsvijanden, gingen gezamenlijk naar de ziekenhuizen om gewonden te bezoeken. Dergelijke eenheid in het politiek en tribaal verdeelde land was het laatst zichtbaar na de terreuraanslag op de Amerikaanse ambassade in Nairobi, waarbij in 1998 meer dan tweehonderd Kenianen werden gedood.

In het centrale Uhurupark in de hoofdstad Nairobi staan al enkele dagen lange rijen burgers die bloed willen donoren voor de gewonden. Tot gisteren was er 1.500 liter ingezameld en wegens de grote belangstelling moesten bloeddonoren worden weggestuurd. Met behulp van het banksysteem M-pesa via de mobiele telefoon werd in korte tijd een half miljoen dollar ingezameld voor nabestaanden. Bij Westgate kwamen vrouwen vrijwillig eten koken voor hulpverleners en journalisten. Anderen deelden gratis flessen water uit.

De nabestaanden van de slachtoffers die in het winkelcentrum zijn gevallen, kunnen nog niet bevatten hoe onverwachts op een luie en zonnige zaterdagmiddag opeens het noodlot kon toeslaan. De echtgenoot van de 27 jaar oude Eunice Khavetsa stond bij de ingang van Westgate op een afspraak te wachten toen de daders toesloegen. „Ik heb urenlang geprobeerd mijn man te bellen, tot ik hem in het lijkenhuis terugvond”, jammert ze. „Ik sta er nu helemaal alleen voor. Onze kinderen zijn veel te jong om hun vader te verliezen”.

De meerderheid van de Kenianen zijn christen of aanhangers van traditionele godsdiensten. Ongeveer een derde van het land is moslim. De Raad van Keniaanse Moslims heeft de aanslag veroordeeld.

Sinds het Keniaanse leger twee jaar geleden het zuiden van Somalië binnenviel, vinden er kleine aanslagen door Al Shabaab plaats, waarbij tientallen doden vielen. Deze aanvallen hebben twee keer tot spontane wraakacties geleid in de Eastleigh, de wijk van Nairobi waar veel Keniaanse Somaliërs wonen. Nu is het rustig gebleven in deze buurt. Gisteren gaven ook in Eastleigh inwoners bloed voor de slachtoffers.