Ja, er wordt hier óók hard gewerkt

Geluk op de werkvloer wordt steeds belangrijker Maar het is niet zo vrijblijvend als het lijkt De werkgever verwacht er verantwoordelijkheid voor terug

Werknemers van communicatiebureau Aan Zee. Foto Mieke Meesen

Ze neemt chocolaatjes mee naar lastige vergaderingen. En ze moedigt haar personeel aan om zumbalessen te volgen, omdat ze daar vrolijk van worden. Laurence Vanhée is in België hoofd personeelszaken van het ministerie van Sociale Zaken. Haar functieomschrijving: Chief Happiness Officer. Haar filosofie: „Spread happiness around you”, zo staat op haar LinkedIn-profiel.

Collega-personeelsmanagers zagen het eerst als één grote grap, maar toen ze erachter kwamen dat haar werknemers maar liefst 20 procent productiever werkten – geluk is dus geld waard – wilden ook zij Happiness Officers worden.

Vanhée richtte daarop de beweging Happy Organisations op, waarbij inmiddels ook de Belgische federale politie, de luchthaven van Charleroi, ING en een groot Brussels ziekenhuis zich hebben aangesloten. Het boek dat ze dit jaar uitbracht (Happy HR) is sinds deze maand in het Nederlands verkrijgbaar.

Ook hier is de gelukkige werkplek in opkomst. Die past naadloos in de Nieuwe Werken-trend van zelf je tijd indelen en zelf kiezen of je thuis werkt of op kantoor. In de diensteneconomie die Nederland de laatste decennia is geworden, ontstaat een steeds grotere groep mensen voor wie zingeving voorop staat. Zij associëren werk met geluk. En gelukkige werknemers presteren beter, blijven langer en zijn minder ziek, zo blijkt uit talloze onderzoeken.

Steeds meer organisaties beseffen dit en bedenken manieren om hier in te investeren. In Duitsland is er zelfs al een aparte functie voor: de feelgoodmanager. Iemand die het personeel elke dag van verwennerijen voorziet.

Een beetje geluksmanager laat het niet alleen draaien om de leuke vrijmibo’s, de toffe clubavondjes, de fruitmanden op de bureaus en massages. ‘Geluk op de werkvloer’ blijkt vooral synoniem te zijn aan vrijheid en verantwoordelijkheid.

Gelukkige werknemers willen veel van zichzelf in hun baan stoppen en daar willen ze veel vrijheid in hebben. Dat staat in het begin deze maand uitgekomen World Happiness Report 2013. Geluk op de werkplek is dus geen eenrichtingsverkeer.

Hechte band

Zo werken bijvoorbeeld de 250 medewerkers van het postorderbedrijf Overtoom sinds een jaar volgens de nieuwe visie van het Franse moederbedrijf Manutan. Onderdeel hiervan is dat alle werknemers ‘familieleden’ zijn, die een hechte band moeten hebben om zich samen verantwoordelijk te voelen voor het werk.

In een functioneringsgesprek gaat het dus niet om welke resultaten je behaald hebt, maar worden vragen gesteld als: wat voor angsten belemmeren je? Hoe sta je tegenover avontuur?

„Zelfkennis is de basis voor geluk”, zegt Ghislaine Duymelings, directeur van Overtoom Nederland. „We willen af van de excuuscultuur. Niet klagen en je buurman de schuld geven van waarom iets niet lukt, maar naar jezelf kijken en met oplossingen komen. Dat moet gewoonte worden.”

Dat is wennen, zegt ze ook, vooral voor mensen die jarenlang gewend zijn om op een andere manier te werken. „Je moet ze vragen hun zekerheden los te laten.” Daar krijgen ze ook veel voor terug: een gezamenlijke moestuin op de binnenplaats (waaruit het callcenter soep maakt), een film- en leesclub en een sportcentrum.

Mensen kunnen zelf bepalen wanneer ze een uur sporten en wanneer ze dat werk inhalen. „Werk en privé horen bij elkaar”, aldus Duymelings. „Je gaat hier met je werk om zoals je met je familie en je beste vrienden omgaat. Als je een uurtje later thuis bent dan normaal, bel je even. Dat soort initiatief verwachten we hier ook.”

Het familiegevoel komt ook sterk terug bij communicatiebureau Aan Zee. In een villa bovenop een duin in Noordwijk werken veertig mensen in de ‘platst’ mogelijke vorm. Receptioniste Lieneke wordt ‘moeder aan zee’ genoemd. De website heeft een prominente plaats voor ‘onze momenten’, waarop te zien is hoe het weekend Ardennen was en de borrel op het strand, en dat er in een gezellige tuin gebrainstormd wordt.

„We willen een thuis zijn voor onze medewerkers en klanten”, zegt oprichter Hugo de Bruijne. „Dat leidt tot betere prestaties, want er wordt hier ook heel hard gewerkt.” Bij mooi weer een duik nemen in zee, geen probleem, zegt hij ook. „Als je daarvan de energie krijgt om daarna met creatieve ideeën te komen in een brainstorm.”

Geen verstoppertje spelen

En net als bij een gewone familie, knalt er wel eens een ruzie door de villa. „Ook dat krijg je allemaal mee als je hier werkt. Verstoppertje spelen van negen tot vijf is er niet bij, dat moet je oké vinden. Bij veel mensen werkt het stimulerend, maar ik merk ook wel eens dat iemand diep van binnen eigenlijk ongelukkig is.”

Is dat dan de adder onder het gras? Dat je wel gelukkig wordt van je werk – omdat het een fijne plek is waar je veel verantwoordelijkheden krijgt, en waar leuke dingen gebeuren – maar dat je nooit in de luwte kunt rondhangen? Of dat voor jou je werk ‘gewoon’ je werk is, waar je om vijf uur de deur achter je dicht kunt trekken om naar je échte familie, je échte vrienden te gaan?

Judith Mair, schrijfster van het managementboek Het is mooi geweest - het kantoor is geen pretpark zou ja-knikken. Ze pleit in het boek voor een herwaardering van de klassieke organisatie, met strikte regels en vaste werktijden. Ze ziet al die vrijheid en eigen verantwoordelijkheid als (deels zelfgeplaatste) valstrikken waardoor je alleen maar meer eisen aan jezelf stelt, zodat je keihard gaat overwerken. Regels zijn er juist in het belang van de werknemers, stelt ze.

Mair is een van de weinigen die zulke sterke kritiek heeft op het ‘geluksdenken’. De meeste managementboeken zijn juist jubelend. En toch werd ook Mairs boek een veelbesproken bestseller.

Dat komt doordat het geluksdenken twee kanten heeft, zegt Ruud Kaulingfreks, universitair hoofddocent organisatietheorie aan de Universiteit voor Humanistiek. „Een aantal mensen vindt het gewoon om je laptop overal mee naar toe te nemen en altijd te werken of aan werk te denken. Anderen zien het juist als een bedreiging en bedenken manieren om hun eigen ruimte te bevechten, denk aan de vele zzp’ers.”

Volgens hem gaat het op den duur wel wringen. „Daar hoef je geen glazen bol voor te hebben. Mensen kunnen niet fulltime de druk van werk aan, daar komen burn-outs van.”

En ergens heeft Judith Mair gelijk, reageert Hugo de Bruijne van Aan Zee. „Duidelijke regels zijn soms nodig om de organisatie draaiende te houden. Wij gingen bijvoorbeeld eerst mee in de thuiswerktrend, maar kwamen hier van terug. We kregen namelijk dat de één zei: waarom hij wel en ik niet?”

Blije werknemers, ja graag dus, maar niet als zij het belang van de organisatie (namelijk het maken van een dienst of product) niet meer dienen.

Grens trekken

Zelfs Chief Happiness Officer Vanhée, de ‘moeder’ van de geluksmanagers, trekt een grens bij de eigen verantwoordelijkheid van die mensen. „We zijn geen knuffelorganisatie, maar allemaal volwassenen”, zegt ze. „Je moet zelf leren evenwicht te brengen in werk en privé.”

Vanhée spreekt uit ervaring, want in 2008, toen ze personeelsdirecteur was van een internationaal bedrijf, kreeg ze een burn-out. Ze was altijd aan het vechten tussen haar eigen waarden en die van het bedrijf, vertelt ze. „Toen heb ik besloten: ik wil nooit meer ongelukkig zijn op mijn werk. Ik wil iedere dag mijn zoontje om half negen naar school brengen en om half vier ophalen”, vertelt Vanhée. „Als dat betekent dat ik ’s avonds en op vakantie nog werk te doen heb, vind ik dat niet erg. Want ik vind mijn werk dan leuk.”