‘Ik ben ’s ochtends joods en ‘s avonds verwerp ik dat weer’

Fotobijschrift

Arnaud Desplechin (52) is bijna een adoptiefzoon van Cannes: Jimmy P. is in mei al zijn vijfde film in de hoofdcompetitie van het filmfestival. In de hotelkamer in het Carlton, waar hij vlak na de première hofhoudt, beukt de gierende wind keer op keer de balkondeur open. „Komt u al in de stemming? Het is hier net de prairie van Montana”, grapt hij.

In die voor Desplechin ongewone setting speelt het Engelstalige Jimmy P. deels, ogenschijnlijk een Fremdkörper in zijn oeuvre van gekwelde helden, complexe Franse bourgeoisfamilies en psychoanalyse. Gebaseerd op een boek van Georges Devereux, een Hongaarse jood die zich in de jaren twintig in Parijs specialiseerde in antropologie, maar Levi-Strauss’ structuralisme in zijn veldstudies bij Mojave-indianen combineerde met Freud. Met als gevolg dat beide wetenschappelijke sektes niets van hem wilden weten over zijn boek Reality and Dream, over de behandeling van de getraumatiseerde indiaan Jimmy P.

Wat zag hij in dat boek? Desplechin: „Ik wilde het al vijftien jaar verfilmen en had de rechten. Alles wat me boeit, zit erin: joodse identiteit, psychoanalyse, twee mensen met een totaal verschillende achtergrond die door vriendschap hun horizons verruimen. Maar de doorslag gaf dat ik bij mijn vorige film, Un conte de Noël, bang werd dat ik met een remake maakte van mijn debuut, La vie des morts (1990). Terug bij mijn roots in Roubaix, de stad waar ik opgroeide, met de acteurs die ik zo goed ken, mijn oude vrienden. Ik besefte dat ik hierna even aan mezelf en mijn obsessies moest ontsnappen.”

Mathieu Amalric, die in bijna al uw films speelt, keert wel terug als psychoanalist Devereux. Wat is Mathieu voor u?

„Uhm, mijn minnaar? Nu wij straks kinderen mogen adopteren, gaan we trouwen. Maar nee, er is een alter ego-ding tussen ons. Soms verander je en lost zo’n connectie op, bij ons is dat nooit gebeurd. Het was wel een vraag die vroeger veel mensen stelden. Wat zie je toch in hem? Zo’n rare acteur. Ik zag de grootste levende acteur van Frankrijk, veel eerder dan de rest dat zag. Ditmaal is Mathieu overigens niet mijn enige alter ego: ik voel me ook Jimmy P.”

Benicio Del Toro speelt een indiaan. Hij is latino...

„Benicio Del Toro groeide op in Puerto Rico en kwam op zijn vijftiende naar Amerika. Hij is toch een beetje een outsider, en ik vond hem ongelofelijk als die mompelende schizofreen in Sean Penns film The Pledge. We hadden vrienden gemeen, ik stuurde hem een eerste versie van het script, we spraken elkaar in Parijs, en hij was om.”

Was het anders om met een Amerikaanse ster te werken?

„Toen ik Benicio voor de tweede keer zag, kende hij het boek van Devereux bijna uit zijn hoofd, en dat zijn 400, 500 bladzijden. Zijn exemplaar puilde uit van de aantekeningen en papiertjes. Met Franse en Europese acteurs klets je makkelijk over personages. Soms zeg ik tegen Mathieu: neem jij die scène even op? Kan ons wat schelen wier er acteur of regisseur is.

Met Amerikaanse acteurs gaat dat heel anders. Hun pad is hun pad: bemoei je je met hun interpretatie, dan voelt dat als een last. Je moet ze hun intimiteit met hun personage gunnen, zodat ze zelf een dialoog, een chemie met hem opbouwen.”

Is Del Toro dan zo’n method actor?

„Hij heeft gestudeerd bij Stella Adler. Wat denkt u er zelf van?”

In deze film ontmoet een indiaan een jood: twee volkeren die bijna werden uitgeroeid in een genocide...

„Dat is de onuitgesproken kern van deze film. Devereux verwerpt zijn joodse identiteit, verbergt dat. Jimmy P. is trots op die identiteit. De een claimt zijn identiteit, de ander wil er niet op worden vastgepind. Dat is zoals ik mijn joodse identiteit ervaar: ’s ochtends ben ik met volle borst joods, ’s middags verwerp ik dat. En daarom zijn de personages in deze film beide mijn alter ego.”