‘Ik ben 100. Niet te geloven’

Een 100-jarige uit Bilthoven werkte na haar 65ste al langer door, als vrijwilliger in de thuiszorg.

Foto’s Merlin Daleman

Toos Lycklama zit achter het raam van verzorgingshuis Schutsmantel in Bilthoven. Ze bladert door een fotoboek. Glimlacht als ze haar vader ziet, deftig pak met bolhoed. Dan kijkt ze op, met grote ogen: „Ik ben hónderd. Hónderd jaar. Ik ben er nog elke dag verbaasd over.”

Ze werd in 1913 geboren in Hillegom als oudste dochter in een gezin van acht kinderen. Eerst vier meiden, daarna vier jongens. Lycklama maakte twee wereldoorlogen mee, maar praat daar liever niet over: „Ieder mens maakt gelukkige en verdrietige dingen mee. Ik ga niet snel zeuren. Verdriet heb je nodig, daar word je sterker van.”

Lycklama ging naar de Mulo, enige meisje in de klas: „Dat was toen nog helemaal niet gebruikelijk, maar ik wilde per se.” De opleiding bracht haar een baantje op het postkantoor. Een drukke baan. Lycklama: „Toen ging alles via het postkantoor. Telegraferen, brievenbussen legen, ouderdomscheques innen, en soms mensen doorverbinden met de telefoon.” Na haar werk moest ze snel naar huis, want haar ouders hadden een radio. „Geweldig.”

Hillegom had in die tijd slecht drinkwater. Lycklama werd zo ziek dat ze werd afgekeurd op het postkantoor. Ze ging naar Utrecht, waar de kerk een secretaresse nodig had. Lycklama werkte er tot haar pensioen, en daarna ging ze aan de slag als vrijwilliger in de thuiszorg.

In honderd jaar heeft Lycklama zichzelf leren kennen: „Ik ben een eenpitter; nooit getrouwd. Alles zelf uitzoeken, dat past bij me. Zo ben ik. En dat is niet erg, want ik heb altijd de tijd gehad om voor anderen te zorgen.” De grootste verandering in de maatschappij? Lycklama: ,,Dat weet ik niet. Is het beter geworden? Het is vooruitgegaan, en ik ben dankbaar dat ik het heb mogen meemaken. Ik heb de maatschappij mee gevormd, zo zinvol mogelijk.”

Enzo Steenbergen