Het Rijksmuseum is de Ikea niet

De Duitser die een bed beschadigde in het Rijksmuseum stond voor de rechter Hij ging er op liggen voor een foto

Zou hij het bed echt hebben beschadigd? Op beveiligingsbeelden van het Rijksmuseum is te zien hoe een twintiger op 17 juli van dit jaar onder een koord doorglipt dat is gespannen voor een vroeg achttiende-eeuwse chaise longue. Het rustbed is van verguld hout, met rode kussens. De jongen gaat erop liggen. Zijn broer neemt een foto.

Gistermiddag keken rechters van een meervoudige strafkamer in de rechtbank van Amsterdam naar de beelden. Daarna bekeken ze het filmpje dat de broer van de 22-jarige student uit Aken op hetzelfde moment had gemaakt.

Rechter: „Wist u waar dat koord voor was?”

Verdachte: „Nee.”

Rechter: „Wist u hoeveel deze bank waard is?”

Verdachte: „Nee.”

Rechter: „Weet u waarom dit object in een museum staat en niet in, bijvoorbeeld, de Ikea?”

Verdachte: „Ik weet niet wat ik daarop moet zeggen.”

Het is op zijn minst opvallend te noemen dat een meervoudige strafkamer zich over de zaak van de Duitse toerist Dimitris C. buigt. Normaal wordt zo’n kamer, met minstens drie rechters, slechts ingezet voor zware of ingewikkelde zaken. Het Rijksmuseum, dat aangifte deed, noemt het „een kwajongensstreek”.

Het had ingewikkeld kunnen worden, legde het Openbaar Ministerie uit, voorafgaande aan de zitting. Als het Rijksmuseum afgelopen vrijdag de opgegeven schade niet scherp naar beneden had bijgesteld. Want bewijs maar eens dat schade wel of niet het gevolg is van de actie van de student.

De bank heeft wel schade: een scheurtje in een stukje franje en afdrukken in de kussens. Van beide beschadigingen, erkent ook de aanklager, is het onwaarschijnlijk dat ze het gevolg zijn van de ongeoorloofde fotosessie. Wel houdt het OM vol dat de verdachte het koord zo heeft beroerd dat het verguldsel aan de achterzijde is beschadigd.

Bovendien, zei de officier tijdens de zitting, is er iets als „goed fatsoen”. „Kom op zeg, iedereen weet dat je in een museum niet op een object mag gaan zitten.” Door acties als die van Dimitris C. komen kostbare objecten in musea „steeds vaker” achter glas, zegt de officier. „Verder weg van de bezoekers.” Dus de zich gedragende liefhebber is de dupe. Het OM eist een boete van 1.250 euro.

De advocaat van de verdachte, Keith Cheng, begrijpt dat het OM een voorbeeld wil stellen. Hij beweert daarentegen dat het weliswaar laakbare gedrag van zijn cliënt hem niet strafrechterlijk is aan te rekenen. En bovendien vindt hij het bijzonder vervelend dat juist Dimitris C. als voorbeeld moet dienen. Zijn cliënt wil de Duitse nationaliteit verkrijgen om later, wellicht in samenwerking met de Duitse overheid, duurzame vormen van energiewinning te ontwikkelen. Een veroordeling in Nederland zou kunnen betekenen dat hij zijn voorgenomen weldadige werk voor „de algehele mensheid” niet zal kunnen verrichten. De advocaat zet in op vrijspraak. En als dat niet haalbaar is, hoopt hij dat de rechtbank in ieder geval de aantekening verschaft dat de veroordeling niet mag meewegen bij de beslissing van de Duitse autoriteiten om de verdachte de Duitse nationaliteit te verschaffen.

Verdachte kwam zelf ook uitgebreid aan het woord. Een man met een keurig uiterlijk. Hij heeft geen strafblad. Hij zei „zeer behoedzaam” te zijn geweest. Hij had zelfs zijn schoeisel uitgetrokken (slippers) , voor hij op het bed poseerde. Bovendien wist hij het een en ander van materiaal en hoeveel druk een bank kan verdragen. Hij zegt verbaasd te zijn dat de zaak „zo groot” is geworden. En hij vraagt zich hardop af of de twee dagen die hij in een Amsterdamse cel heeft doorgebracht niet voldoende straf voor hem en zijn daad zijn geweest. Want ja, hij was zich van geen kwaad bewust. Maar achteraf heeft hij toch ook spijt.

De uitspraak volgt over twee weken.