Hels

Voor een ploegentijdrit kun je me midden in de nacht wakker maken. Het is een helse, zeg maar gerust traumatiserende discipline voor de gehelmde zwoegers op hun tijdritfietsen die overigens meer weg hebben van een middeleeuwse martelmachine dan van een hightech racevehikel. De ploegentijdrit is zo’n nummer waarbij het genot hem vooral zit in de gedachte: zij liever dan ik. Daarom is het voor de oud-professional helend ernaar te kijken. De trauma’s uit het verleden, opgelopen tijdens tientallen ritten in het gelid, keren zich op slag om in spetterend plezier. Toen zondagmiddag de rechtstreekse uitzending begon van de wereldkampioenschappen op dit geweldige onderdeel ging ik er eens goed voor zitten.

Ik kon een juichkreet niet onderdrukken omdat de digitale ontvanger die de laatste tijd nogal kuren vertoont het signaal loepzuiver doorgaf. Op de Vlaamse televisie probeerde commentator Renaat Schotte het geheim van de ploegentijdrit aan analist én oud-renner José De Cauwer te ontfutselen. Het ging moeizaam. José, doorgaans niet vies van een exposé van een kwartier of langer, was niet vooruit te branden. Hij urmde wat over een paar renners die hem verteld hadden liever drie bergritten in de Tour te betwisten dan één ploegentijdrit. „Je zit je hier wel te verkneukelen, he”, zei Renaat. Het werd bevestigd, José zat zich goddelijk te verkneukelen. Wat heet, hij leek zich te wentelen in zíjn trauma’s terwijl hij naar de beelden keek, en gaf de indruk het liefst te zwijgen. Kortom, hij was volledig geabsorbeerd.

José had recht van spreken. In dit geval, hij had recht van urmen. In de jaren zeventig reed hij een paar seizoenen voor de legendarische Raleigh-formatie van Peter Post die toen bezig was van deze discipline haute couture te maken, wat helemaal lukte. Raleigh was zo goed als onklopbaar. Als radertje in deze formatie won José de moeder aller ploegentijdritten, die in de Tour de France van 1978 over 153 kilometer – de wereldtitelstrijd was slechts 57 kilometer lang. Er bestaan nog mooie oude foto’s waarop duidelijk te zien is dat het ondanks de overwinning voor iedereen een lesje in nederigheid is geweest: grauw zijn de koppen, geen lach kan eraf.

Renaat deed een poging José te laten vertellen over die roemruchte tijd, maar die vertikte het zichzelf op de borst te kloppen. Er is in de loop van de tijd veel veranderd, zei hij, maar de constante is dat er nog steeds hard op de pedalen geduwd moet worden. Het laatste was een understatement. In een ploegentijdrit wordt de hartslag opgejaagd tot het onacceptabele. En iedereen veinst dat hij nog veel over heeft. Het is de kunst elkaar niet kapot te rijden, maar op geen enkel ander onderdeel grijpen je bloedverwanten je zo ongenadig bij de ballen.