Helden waren de studiobazen niet, maar halve nazi’s?

Een nieuw boek van de jonge Amerikaanse historicus Ben Urwand over de verhouding van Hollywood en het naziregime zorgt voor ophef. Niet gek, want alleen al de titel bevat niet één, maar twee zwaar beladen termen: The Collaboration. Hollywood’s Pact with Hitler. Urwand speelt de vermoorde onschuld en zegt dat hij met ‘collaboratie’ louter de letterlijke vertaling heeft genomen van het woord Zusammenarbeit dat hij in de archieven tegenkwam, maar het doet natuurlijk denken aan de nauwste geestverwanten van de nazi’s. En ‘pact’ roept herinneringen op aan het Hitler-Stalinpact.

Urwands aantijgingen zijn niet misselijk: de Hollywoodstudio’s hebben Hitler in de jaren dertig steeds de hand boven het hoofd gehouden, uit angst om hun lucratieve positie op de Duitse filmmarkt te verspelen. Via de Duitse viceconsul in Los Angeles had Hitler zelfs direct invloed op de Amerikaanse filmproductie. En dat terwijl de filmstudio’s nota bene grotendeels geleid werden door joden.

Maakt Urwand zijn aantijgingen waar? Het merkwaardige is dat het vrij weinig moeite kost om zijn betoog met zijn eigen boek van een paar flinke vraagtekens te voorzien. Zo was de Duitse overheid al ruim voor de machtsovername door de nazi’s stevig gebrand op Hollywoodfilms die het imago van Duitsland konden schaden. En ze vonden daarvoor soms een gewillig oor bij de studio’s. Dat zijn gevoeligheden waar Hollywood tot op de dag van vandaag rekening mee heeft te houden op de internationale markt. Urwand meldt ook zelf dat de helft van de studio’s halverwege de jaren dertig hun kantoren in Duitsland al had gesloten en dat de Duitse markt sowieso aanzienlijk kleiner was dan de Britse en de Franse. Toen de nazi’s begonnen te steigeren over de film The Prizefighter and the Lady, waarin de joodse bokser Max Baer een heldenrol speelde, ging studio MGM niet meteen met de pootjes omhoog, maar vocht een taai juridisch gevecht uit om de film in Duitsland in de bioscoop te krijgen. Het Duitse systeem van filmquota en de verplichting om winsten weer in Duitsland te besteden, maakte de Duitse markt op z’n zachtst gezegd ingewikkeld.

Hoezo pact? Dat Hollywood niet of nauwelijks films tegen het naziregime maakte, moet andere oorzaken hebben. Die liggen in de VS zelf. Urwand constateert verontwaardigd dat gedurende de jaren dertig joodse personages grotendeels uit Amerikaanse films verdwenen. De oorzaak daarvan ligt volgens hem weer in de lange arm van Hitler. Maar hij vermeldt zelf dat de joodse belangengroep Anti-Defamation League sterk bepleitte om verwijzingen naar joden in films zoveel mogelijk te vermijden, uit vrees voor een terugslag in de Amerikaanse publieke opinie.

De politieke en humanitaire crisis in Europa en de vraag of de VS moesten ingrijpen, waren uiterst controversiële onderwerpen. De beschuldiging een ‘oorlogshitser’ te zijn lag altijd op de loer, zeker voor joodse Amerikanen. De studio’s moesten dus op eieren lopen, niet vanwege hun markt in Duitsland of omdat ze de oren lieten hangen naar de Führer, maar vanwege de precaire situatie in eigen land, inclusief het niet te onderschatten inheemse antisemitisme. Urwand herleidt monomaan alles op de duistere invloed van Hitler en trawanten, zoals hij ook elk spoor van populisme in Amerikaanse films uit deze periode aan die invloed toeschrijft.

Helden waren de meeste Hollywoodbazen niet. Ook in Hollywood zijn echte helden dun gezaaid. Maar hele of halve nazi’s? Nee.