Foute grappen zeggen altijd iets over jezelf

Richard Pryor: Omit the Logic’ (NTR)

Acteur Ton Kas vertelde een tijdje geleden in De wereld draait door (VARA) dat hij een hekel heeft aan moppen en de mensen die ze vertellen. Juist daarom ging hij in het theater in z’n eentje niets anders doen dan moppen tappen.

Een kleine selectie debiteerde hij gisteren in hetzelfde programma, met verveelde, monotone stem staand achter een microfoon: „Vrouwen zijn als condooms. Ze zitten vaker in je portemonnee dan om je lul. Weet je waarom een bruidsjurk wit is? Omdat alle machines in de keuken dat ook zijn.”

Tafeldame Claudia de Breij kon er geen genoeg van krijgen. De inhoud, nou ja, het gaat om hoe je een pointe brengt en hoever je kunt gaan met het publiek tegen je in nemen.

En toch zeggen foute grappen ook altijd, zij het soms op een ingewikkelde manier, iets over degene die ze maakt. Neem nu Richard Pryor (1940-2005), zonder wiens brutale, maar virtuoze belediging van het publiek er geen Eddie Murphy of Chris Rock zou zijn geweest, maar ook geen Hans Teeuwen, Theo Maassen of Ton Kas.

Na twee documentaires over een ander zwart schaap (Roman Polanski) maakte Marina Zenovich dit jaar voor kabelkanaal ShowTime en BBC het portret Richard Pryor: Omit the Logic, gisteren in Het uur van de wolf (NTR) vertoond als Het raadsel Richard Pryor.

Beide titels zitten er ver naast. Als je de feiten op een rijtje ziet, en dat doet de documentaire vrij netjes, dan is er weinig raadselachtigs of onlogisch aan Pryors narcistische autodestructie. Het vreemde is dat hij er zo lang goed mee weg kwam.

Het publiek wist niet dat hij bijna de waarheid sprak, als hij zei dat witte mannen bij zijn moeder en tantes langs kwamen om de economie van een zwarte achterbuurt te stimuleren. Hij zei er alleen niet bij dat zijn almachtige grootmoeder de madam was, die het bordeel bestierde.

Pryor was zo’n krachtcentrale dat het publiek hem trouw bleef, al kocht hij cocaïne per kilo, hing hij aan de kroonluchters van Las Vegas en riep hij op een homobijeenkomst het publiek op zijn rijke zwarte reet te kussen. Ook gebruikte hij als eerste komiek het woord nigger om de vijf minuten, tot hij in Afrika tegen zijn witte vrouw zei dat hij daar geen niggers zag en besloot het woord nooit meer in het openbaar te zeggen.

Hilarisch zijn de door doodsbange televisiebazen gecensureerde fragmenten. Toen ze van hem eisten dat hij in een show minstens tien procent zou stand-uppen, vloekte hij zo veel dat er niets van te gebruiken viel. De meest curieuze verfraaiing leverde een eigen publiciteitsmedewerker, die over het fameuze verbrandingsongeluk zei dat Pryor toevallig een glas rum in de hand had, toen hij een sigaret aanstak. De waarheid is dat hij freebasend (cocaïne rokend) op tv zag hoe een Vietnamese monnik zichzelf in brand stak en toen zichzelf met rum overgoot.

De haat van Pryor tegen hypocrisie in het algemeen en blanke suprematie in het bijzonder was dus uiteindelijk nogal logisch. Zijn droom van een onafhankelijke Afro-Amerikaanse filmmaatschappij werd bijna werkelijkheid. Maar het liep uit de hand na de dood van zijn grootmoeder, toen hij zijn ziel alsnog aan Hollywood verkocht. Hij zou die documentaire mooi hebben gevonden, denkt zijn vierde en zevende echtgenote Jennifer Lee Pryor.